Summary
English to Dutch:   more detail...
  1. door:
  2. Wiktionary:
Dutch to English:   more detail...
  1. door:
  2. Wiktionary:
  3. User Contributed Translations for door:
    • throughout, thru, due


English

Detailed Translations for door from English to Dutch

door:

door [the ~] noun

  1. the door (doorway)
    de deur

Translation Matrix for door:

NounRelated TranslationsOther Translations
deur door; doorway
- doorway; room access; threshold

Related Words for "door":

  • doors

Synonyms for "door":


Related Definitions for "door":

  1. a swinging or sliding barrier that will close the entrance to a room or building or vehicle1
    • he knocked on the door1
    • he slammed the door as he left1
  2. a room that is entered via a door1
    • his office is the third door down the hall on the left1
  3. a structure where people live or work (usually ordered along a street or road)1
    • the office next door1
    • they live two doors up the street from us1
  4. the entrance (the space in a wall) through which you enter or leave a room or building; the space that a door can close1
  5. anything providing a means of access (or escape)1
    • we closed the door to Haitian immigrants1
    • education is the door to success1

Wiktionary Translations for door:

door
noun
  1. portal of entry into a building, room or vehicle

Cross Translation:
FromToVia
door deur TürArchitektur: ein trennendes oder verbindendes Element zwischen Räumen oder Bereichen
door deur porte — ouverture qui permet le passage dans un mur de maison
door autodeur; portier portière — transport|fr ouverture de la voiture, du wagon par où l’on monter et l’on descendre.

Related Translations for door



Dutch

Detailed Translations for door from Dutch to English

door:


Translation Matrix for door:

AdverbRelated TranslationsOther Translations
by als gevolg van; door; ingevolge; ten gevolge van
by means of aan de hand van
ModifierRelated TranslationsOther Translations
as a result of als gevolg van; door; ingevolge; ten gevolge van als gevolg van; doordat; tengevolge van
because of als gevolg van; door; ingevolge; ten gevolge van immers; om; vanwege; wegens
by means of door; door middel van; middels
by way of door; door middel van; middels
due to als gevolg van; door; ingevolge; ten gevolge van om; tengevolge van; vanwege; wegens
in accordance with als gevolg van; door; ingevolge; ten gevolge van bevestigend; conform; conform de regel; in overeenstemming met; naar de regel; overeenkomstig; overeenstemmend; passend bij; volgens
in consequence of als gevolg van; door; ingevolge; ten gevolge van
owing to als gevolg van; door; ingevolge; ten gevolge van om; tengevolge van; vanwege; wegens
through door; door middel van; doorheen; middels doordat; erdoorheen

Related Definitions for "door":

  1. ermee gemengd2
    • er zit al suiker door die pap2
  2. om aan te geven wie iets doet2
    • hij wordt door die leraar gepest2
  3. van het ene uiteinde naar het andere2
    • we liepen door de tuin naar de straat2
  4. vanuit een opening2
    • we keken door het raam naar binnen2

Wiktionary Translations for door:

door
preposition
  1. bij lijdende vorm
    • doorby
  2. oorzaak
  3. in
  4. als achterzetsel: doorheen
door
adjective
  1. surrounded by land
en-prep
  1. caused by
  2. indicates a means
  3. indicates creator of a work
  4. indication of passive voice
  5. as a result of
  6. expressing manner
adverb
  1. onward, forward

Cross Translation:
FromToVia
door through durch — in etwas hinein und auf der anderen Seite wieder heraus (wobei oft der Teil dazwischen das Wichtige ist)
door short; out à court — (familier, fr) En manque de.

Related Translations for door