Detailed Translations for grasp from English to Dutch
grasp:
-
realiseren;
onderkennen;
beseffen;
inzien;
doorzien
-
realiseren
verb
(realiseer, realiseert, realiseerde, realiseerden, gerealiseerd)
-
onderkennen
verb
(onderken, onderkent, onderkende, onderkenden, onderkend)
-
beseffen
verb
(besef, beseft, besefte, beseften, beseft)
-
inzien
verb
(zie in, ziet in, zag in, zagen in, ingezien)
-
doorzien
verb
(doorzie, doorziet, doorzag, doorzagen, doorzien)
-
begrijpen;
snappen;
inzien;
met het verstand vatten
-
begrijpen
verb
(begrijp, begrijpt, begreep, begrepen, begrepen)
-
snappen
verb
(snap, snapt, snapte, snapten, gesnapt)
-
inzien
verb
(zie in, ziet in, zag in, zagen in, ingezien)
-
-
omklemmen;
klemmen;
knellen
-
omklemmen
verb
(omklem, omklemt, omklemde, omklemden, omklemd)
-
klemmen
verb
(klem, klemt, klemde, klemden, geklemd)
-
knellen
verb
(knel, knelt, knelde, knelden, gekneld)
-
grissen;
grijpen;
jatten;
snaaien;
pikken;
wegkapen;
graaien
-
grissen
verb
(gris, grist, grisde, grisden, gegrist)
-
grijpen
verb
(grijp, grijpt, greep, grepen, gegrepen)
-
jatten
verb
(jat, jatte, jatten, gejat)
-
snaaien
verb
(snaai, snaait, snaaide, snaaiden, gesnaaid)
-
pikken
verb
(pik, pikt, pikte, pikten, gepikt)
-
wegkapen
verb
(kaap weg, kaapt weg, kaapte weg, kaapten weg, weggekaapt)
-
graaien
verb
(graai, graait, graaide, graaiden, gegraaid)
-
grijpen;
vastpakken;
aanklampen;
beetpakken;
vastklampen;
beetgrijpen
-
grijpen
verb
(grijp, grijpt, greep, grepen, gegrepen)
-
vastpakken
verb
(pak vast, pakt vast, pakte vast, pakten vast, vastgepakt)
-
aanklampen
verb
(klamp aan, klampt aan, klampte aan, klampten aan, aangeklampt)
-
beetpakken
verb
(pak beet, pakt beet, pakte beet, pakten beet, beetgepakt)
-
vastklampen
verb
(klamp vast, klampt vast, klampte vast, klampten vast, vastgeklampt)
-
Conjugations for grasp:
present
- grasp
- grasp
- grasps
- grasp
- grasp
- grasp
simple past
- grasped
- grasped
- grasped
- grasped
- grasped
- grasped
present perfect
- have grasped
- have grasped
- has grasped
- have grasped
- have grasped
- have grasped
past continuous
- was grasping
- were grasping
- was grasping
- were grasping
- were grasping
- were grasping
future
- shall grasp
- will grasp
- will grasp
- shall grasp
- will grasp
- will grasp
continuous present
- am grasping
- are grasping
- is grasping
- are grasping
- are grasping
- are grasping
subjunctive
- be grasped
- be grasped
- be grasped
- be grasped
- be grasped
- be grasped
diverse
- grasp!
- let's grasp!
- grasped
- grasping
1. I, 2. you, 3. he/she/it, 4. we, 5. you, 6. they
Related Words for "grasp":
Synonyms for "grasp":
Related Definitions for "grasp":
-
the act of grasping1
-
an intellectual hold or understanding1
-
the limit of capability1
-
understanding of the nature or meaning or quality or magnitude of something1
-
get the meaning of something1
-
hold firmly1
External Machine Translations:
Images:
Related Translations for grasp