Detailed Translations for storm from English to Dutch
storm:
-
aanvallen;
attaqueren;
overvallen;
bestormen
-
aanvallen
verb
(val aan, valt aan, viel aan, vielen aan, aangevallen)
-
attaqueren
verb
(attaqueer, attaqueert, attaqueerde, attaqueerden, geattaqueerd)
-
overvallen
verb
(overval, overvalt, overviel, overvielen, overvallen)
-
bestormen
verb
(bestorm, bestormt, bestormde, bestormden, bestormd)
-
fulmineren;
razen;
tekeergaan;
tieren;
te keer gaan
-
fulmineren
verb
(fulmineer, fulmineert, fulmineerde, fulmineerden, gefulmineerd)
-
razen
verb
(raas, raast, raasde, raasden, geraasd)
-
tekeergaan
verb
(ga tekeer, gaat tekeer, ging tekeer, gingen tekeer, tekeergegaan)
-
tieren
verb
(tier, tiert, tierde, tierden, getierd)
-
te keer gaan
verb
(ga te keer, gaat te keer, ging te keer, gingen te keer, te keer gegaan)
-
razen;
woeden;
tekeergaan
-
razen
verb
(raas, raast, raasde, raasden, geraasd)
-
woeden
verb
(woed, woedt, woedde, woedden, gewoed)
-
tekeergaan
verb
(ga tekeer, gaat tekeer, ging tekeer, gingen tekeer, tekeergegaan)
-
-
to storm (rush)
haasten;
tot spoed aanzetten;
spoeden;
jachten
-
haasten
verb
(haast, haastte, haastten, gehaast)
-
-
spoeden
verb
(spoed, spoedt, spoedde, spoedden, gespoed)
-
jachten
verb
(jacht, jachtte, jachtten, gejacht)
-
to storm (rush)
-
-
tekeergaan;
uitvaren;
uit de slof schieten;
donderen
-
tekeergaan
verb
(ga tekeer, gaat tekeer, ging tekeer, gingen tekeer, tekeergegaan)
-
uitvaren
verb
(vaar uit, vaart uit, voer uit, voeren uit, uitgevaren)
-
-
donderen
verb
(donder, dondert, donderde, donderden, gedonderd)
Conjugations for storm:
present
- storm
- storm
- storms
- storm
- storm
- storm
simple past
- stormed
- stormed
- stormed
- stormed
- stormed
- stormed
present perfect
- have stormed
- have stormed
- has stormed
- have stormed
- have stormed
- have stormed
past continuous
- was storming
- were storming
- was storming
- were storming
- were storming
- were storming
future
- shall storm
- will storm
- will storm
- shall storm
- will storm
- will storm
continuous present
- am storming
- are storming
- is storming
- are storming
- are storming
- are storming
subjunctive
- be stormed
- be stormed
- be stormed
- be stormed
- be stormed
- be stormed
diverse
- storm!
- let's storm!
- stormed
- storming
1. I, 2. you, 3. he/she/it, 4. we, 5. you, 6. they
Related Words for "storm":
Synonyms for "storm":
Related Definitions for "storm":
-
a direct and violent assault on a stronghold1
-
a violent weather condition with winds 64-72 knots (11 on the Beaufort scale) and precipitation and thunder and lightning1
-
a violent commotion or disturbance1
-
attack by storm; attack suddenly1
-
take by force1
-
behave violently, as if in state of a great anger1
-
blow hard1
-
rain, hail, or snow hard and be very windy, often with thunder or lightning1
External Machine Translations:
Images:
Related Translations for storm