Summary
Dutch to German:   more detail...
  1. afboenen:


Dutch

Detailed Translations for afboenen from Dutch to German

afboenen:

afboenen verb

  1. afboenen (schrobben; boenen; schoonboenen; afschrobben; schoonschrobben)
    schrubben; abscheuern; scheuern
    • schrubben verb (schrube, schrubst, schrubt, schrubte, schrubtet, geschrubt)
    • abscheuern verb (scheuere ab, scheuerst ab, scheuert ab, scheuerte ab, scheuertet ab, abgescheuert)
    • scheuern verb (scheuere, scheuerst, scheuert, scheuerte, scheuertet, gescheuert)

Translation Matrix for afboenen:

VerbRelated TranslationsOther Translations
abscheuern afboenen; afschrobben; boenen; schoonboenen; schoonschrobben; schrobben afkrabben; afschuren; gladmaken; gladwrijven; schrapen; schrappen
scheuern afboenen; afschrobben; boenen; schoonboenen; schoonschrobben; schrobben draai om de oren geven; gladmaken; gladwrijven
schrubben afboenen; afschrobben; boenen; schoonboenen; schoonschrobben; schrobben dweilen