Dutch
Detailed Translations for bak from Dutch to English
bak:
-
de bak (vat; barrel; ton; fust; emmer; pot; teil; kuip)
-
de bak (etensbak)
-
de bak (container; reservoir)
the container– any object that can be used to hold things (especially a large metal boxlike object of standardized dimensions that can be loaded from one form of transport to another) 1 -
de bak (grap; mop)
-
de bak (strafgevangenis; gevangenis; doos; petoet; lik; strafplaats; strafinrichting; spinhuis; nor; bajes)
the penitentiary; the jail; the prison; the detention centre; the prison camp; the convict prison; the correctional center -
de bak (kattenbak; poezenbak)
-
de bak
Related Words for "bak":
bak form of bakken:
-
bakken
Conjugations for bakken:
o.t.t.
- bak
- bakt
- bakt
- bakken
- bakken
- bakken
o.v.t.
- bakte
- bakte
- bakte
- bakten
- bakten
- bakten
v.t.t.
- heb gebakken
- hebt gebakken
- heeft gebakken
- hebben gebakken
- hebben gebakken
- hebben gebakken
v.v.t.
- had gebakken
- had gebakken
- had gebakken
- hadden gebakken
- hadden gebakken
- hadden gebakken
o.t.t.t.
- zal bakken
- zult bakken
- zal bakken
- zullen bakken
- zullen bakken
- zullen bakken
o.v.t.t.
- zou bakken
- zou bakken
- zou bakken
- zouden bakken
- zouden bakken
- zouden bakken
diversen
- bak!
- bakt!
- gebakken
- bakkende
1. ik, 2. je/jij, 3. hij/zij/het/u, 4. we. 5. jullie/u, 6. zij/ze
-
de bakken (gevangenissen; likken; norren)
Related Words for "bakken":
External Machine Translations:
Images: