Summary
Dutch to English:   more detail...
  1. liggen:

Remove Ads

Dutch

Detailed Translations for liggen from Dutch to English

liggen:

liggen verb (lig, ligt, lag, lagen, gelegen)

  1. liggen (gelegen zijn)
    to be situated
    to lie
    – be located or situated somewhere; occupy a certain position 1
    • lie verb (lies, lay, lying)
  2. liggen
    to lie
    – be lying, be prostrate; be in a horizontal position 1
    • lie verb (lies, lay, lying)
      • The sick man lay in bed all day1
      • the books are lying on the shelf1

Conjugations for liggen:

o.t.t.
  1. lig
  2. ligt
  3. ligt
  4. liggen
  5. liggen
  6. liggen
o.v.t.
  1. lag
  2. lag
  3. lag
  4. lagen
  5. lagen
  6. lagen
v.t.t.
  1. heb gelegen
  2. hebt gelegen
  3. heeft gelegen
  4. hebben gelegen
  5. hebben gelegen
  6. hebben gelegen
v.v.t.
  1. had gelegen
  2. had gelegen
  3. had gelegen
  4. hadden gelegen
  5. hadden gelegen
  6. hadden gelegen
o.t.t.t.
  1. zal liggen
  2. zult liggen
  3. zal liggen
  4. zullen liggen
  5. zullen liggen
  6. zullen liggen
o.v.t.t.
  1. zou liggen
  2. zou liggen
  3. zou liggen
  4. zouden liggen
  5. zouden liggen
  6. zouden liggen
en verder
  1. ben gelegen
  2. bent gelegen
  3. is gelegen
  4. zijn gelegen
  5. zijn gelegen
  6. zijn gelegen
diversen
  1. lig!
  2. ligt!
  3. gelegen
  4. liggend
1. ik, 2. je/jij, 3. hij/zij/het/u, 4. we. 5. jullie/u, 6. zij/ze

Antonyms for "liggen":


Related Definitions for "liggen":

  1. bij je passen2
    • dat werk ligt me niet zo2
  2. er zijn in uitgestrekte houding, horizontaal2
    • moeten die flessen staan of liggen?2
  3. het komt ervan2
    • dat het zo koud is, ligt aan de wind2
  4. per ongeluk achterlaten2
    • heb ik mijn tas hier laten liggen?2

External Machine Translations:
Images:

Related Translations for liggen



Remove Ads

Remove Ads