Dutch
Detailed Translations for realiseren from Dutch to English
realiseren:
-
realiseren (beseffen; onderkennen; inzien; doorzien)
-
realiseren (verwerkelijken; bewerkstelligen; verwezenlijken)
Conjugations for realiseren:
o.t.t.
- realiseer
- realiseert
- realiseert
- realiseren
- realiseren
- realiseren
o.v.t.
- realiseerde
- realiseerde
- realiseerde
- realiseerden
- realiseerden
- realiseerden
v.t.t.
- heb gerealiseerd
- hebt gerealiseerd
- heeft gerealiseerd
- hebben gerealiseerd
- hebben gerealiseerd
- hebben gerealiseerd
v.v.t.
- had gerealiseerd
- had gerealiseerd
- had gerealiseerd
- hadden gerealiseerd
- hadden gerealiseerd
- hadden gerealiseerd
o.t.t.t.
- zal realiseren
- zult realiseren
- zal realiseren
- zullen realiseren
- zullen realiseren
- zullen realiseren
o.v.t.t.
- zou realiseren
- zou realiseren
- zou realiseren
- zouden realiseren
- zouden realiseren
- zouden realiseren
en verder
- is geraliseerd
- zijn gerealiseerd
diversen
- realiseer!
- realiseert!
- gerealiseerd
- realiserend
1. ik, 2. je/jij, 3. hij/zij/het/u, 4. we. 5. jullie/u, 6. zij/ze
External Machine Translations:
Images: