Summary
Dutch to English:   more detail...
  1. tandglazuur:
  2. Wiktionary:


Dutch

Detailed Translations for tandglazuur from Dutch to English

tandglazuur:

tandglazuur [het ~] noun

  1. het tandglazuur
    the enamel

Translation Matrix for tandglazuur:

NounRelated TranslationsOther Translations
enamel tandglazuur email; glazuur; glazuurwerk; verglaassel
VerbRelated TranslationsOther Translations
enamel emailleren; moffelen

Wiktionary Translations for tandglazuur:

tandglazuur
noun
  1. het blinkend glazuur op de tandkroon die rond het tandbeen gelegen is