Summary


Dutch

Detailed Translations for topper from Dutch to English

topper:

topper [de ~ (m)] noun

  1. de topper (absolute meevaller; klapper)
    the cracker; the godsend; the pleasant surprise; the windfall; the stroke of unexpected luck
  2. de topper (succesnummer; succes; hit; )
    the smasher; the hit; the smash hit; the winner; the smash

Translation Matrix for topper:

NounRelated TranslationsOther Translations
cracker absolute meevaller; klapper; topper bestseller; hit; klepper; succes; voetzoeker
godsend absolute meevaller; klapper; topper buitenkansje; gelukje; gelukkig toeval; mazzeltje; meevaller; meevallertje; opsteker; tref; voordeel
hit hit; kasstuk; klapper; kraker; schlager; succes; succesnummer; successtuk; topper; treffer aanrijding; bestseller; botsing; collisie; doelpunt; goal; hit; raakschot; schot in de roos; succes; successtuk; treffer
pleasant surprise absolute meevaller; klapper; topper buitenkansje; gelukje; gelukkig toeval; meevaller; opsteker; voordeel
smash hit; kasstuk; klapper; kraker; schlager; succes; succesnummer; successtuk; topper; treffer aanrijding; beurskrach; botsing; collisie; debacle; ineenstorting; ineenzakking; instorting; krach
smash hit hit; kasstuk; klapper; kraker; schlager; succes; succesnummer; successtuk; topper; treffer
smasher hit; kasstuk; klapper; kraker; schlager; succes; succesnummer; successtuk; topper; treffer
stroke of unexpected luck absolute meevaller; klapper; topper buitenkansje; gelukkig toeval; meevaller; opsteker; voordeel
windfall absolute meevaller; klapper; topper buitenkans; fortuintje; gelukje; mazzeltje; meevaller; meevallertje; tref; voordeel
winner hit; kasstuk; klapper; kraker; schlager; succes; succesnummer; successtuk; topper; treffer doelpunt; goal; overwinnaar; successtuk; treffer; triomfator; winnaar
VerbRelated TranslationsOther Translations
hit beroeren; een klap geven; hard slaan; hengsten; meppen; ontroeren; raken; slaan; timmeren; treffen
smash aan stukken breken; aan stukken slaan; breken; een klap geven; fijnmaken; in stukken breken; inslaan; kapotbreken; kapotgooien; kapotslaan; platdrukken; slaan; smashen; stukbreken; stukgooien; stukslaan; verbrijzelen; vergruizen; vermorzelen; verpletteren
ModifierRelated TranslationsOther Translations
hit aangeschoten; geslagen; getroffen

Related Words for "topper":


Wiktionary Translations for topper:

topper
noun
  1. Aythya marila
  2. diving-duck

Cross Translation:
FromToVia
topper acme Höhepunkt — der beste oder einer der besten Punkte in einer längeren Abfolge von verschiedenen Ereignissen, die sich vorher schon positiv entwickelt haben
topper peak Spitzeübertragen: Höhepunkt
topper greater scaup; scaup fuligule milouinan — ornithol|fr Espèce d'oiseau palmipède de la famille des anatidés, un petit canard plongeur, à bec bleu et aux yeux jaunes dont le mâle à la tête foncée, la poitrine et la queue noires, le dos clair et le ventre blanc.