Dutch to English:   more detail...
  1. vergrendeld:
  2. vergrendelen:
  3. Wiktionary:


Detailed Translations for vergrendeld from Dutch to English


vergrendeld adj

  1. vergrendeld
    – The condition of a field, record, recordset, or database that makes it read-only to all users except the user currently modifying it. 1

Translation Matrix for vergrendeld:

AdjectiveRelated TranslationsOther Translations
locked vergrendeld dicht; gesloten; op slot


vergrendelen verb (vergrendel, vergrendelt, vergrendelde, vergrendelden, vergrendeld)

  1. vergrendelen (locken; afsluiten; sluiten; )
    to lock
    • lock verb (locks, locked, locking)
  2. vergrendelen
    to lock
    – To prevent users from joining a conference, whether or not they have an invitation. 1
    • lock verb (locks, locked, locking)
  3. vergrendelen
    to lock
    – To allow the shared user profile configuration set by the administrator to remain static from one user session to another. 1
    • lock verb (locks, locked, locking)

Conjugations for vergrendelen:

  1. vergrendel
  2. vergrendelt
  3. vergrendelt
  4. vergrendelen
  5. vergrendelen
  6. vergrendelen
  1. vergrendelde
  2. vergrendelde
  3. vergrendelde
  4. vergrendelden
  5. vergrendelden
  6. vergrendelden
  1. heb vergrendeld
  2. hebt vergrendeld
  3. heeft vergrendeld
  4. hebben vergrendeld
  5. hebben vergrendeld
  6. hebben vergrendeld
  1. had vergrendeld
  2. had vergrendeld
  3. had vergrendeld
  4. hadden vergrendeld
  5. hadden vergrendeld
  6. hadden vergrendeld
  1. zal vergrendelen
  2. zult vergrendelen
  3. zal vergrendelen
  4. zullen vergrendelen
  5. zullen vergrendelen
  6. zullen vergrendelen
  1. zou vergrendelen
  2. zou vergrendelen
  3. zou vergrendelen
  4. zouden vergrendelen
  5. zouden vergrendelen
  6. zouden vergrendelen
  1. vergrendel!
  2. vergrendelt!
  3. vergrendeld
  4. vergrendelend
1. ik, 2. je/jij, 3. hij/zij/het, 4. we. 5. jullie, 6. zij/ze

Translation Matrix for vergrendelen:

NounRelated TranslationsOther Translations
lock deurslot; geheel van sluizen; haarkuif; klamp; koeklauw; krul; krullende haarlok; krulletje; kuif; sas; schutsluisje; slot; sluis; sluiswerk; sluiswerken; verlaat
VerbRelated TranslationsOther Translations
lock afgrendelen; afsluiten; borgen; dichtdoen; dichtmaken; grendelen; locken; op slot doen; op slot zetten; sluiten; vergrendelen aandraaien; afsluiten; dichtdoen; door draaien vastmaken; schutten

Wiktionary Translations for vergrendelen:

  1. to lock or bolt with a bar

Cross Translation:
vergrendelen bolt; fasten; lock verrouillerfermer au verrou.