Summary
Dutch to English:   more detail...
  1. voorgaan:
  2. Wiktionary:


Dutch

Detailed Translations for voorgaan from Dutch to English

voorgaan:

voorgaan [znw.] noun

  1. voorgaan (leiding; aanvoeren; aanvoering)
    the leading; the taking the lead; the lead; the command; the front position

Translation Matrix for voorgaan:

NounRelated TranslationsOther Translations
command aanvoeren; aanvoering; leiding; voorgaan aanwijzing; autoriteit; beheersing; bevel; bevelschrift; commando; consigne; dienstorder; dwangbevel; gebod; gezag; heerschappij; instructie; macht; mate van bekwaamheid; opdracht; oppperbevel; order; taak; voorschrift
front position aanvoeren; aanvoering; leiding; voorgaan
lead aanvoeren; aanvoering; leiding; voorgaan aanknopingspunt; aanwijzing; elektrische geleiding; geleiding; lood; naaiplombe; plombe; potentiële klant; sales lead; spoor; tip; vingerwenk; vingerwijzing; voorsprong; wenk
leading aanvoeren; aanvoering; leiding; voorgaan besturen; interlinie; leidinggeven; regelafstand
taking the lead aanvoeren; aanvoering; leiding; voorgaan
VerbRelated TranslationsOther Translations
command aanvoeren; besturen; bevel voeren over; bevelen; commanderen; decreteren; gebieden; gelasten; leiden; leiding geven; leidinggeven; managen; opdragen; verordenen; verordonneren; voorzitten
lead aanvoeren; begeleiden; besturen; in goede banen leiden; leiden; leiding geven; loden; managen; meevoeren; van loodglazuur voorzien; voeren; voorzitten
AdjectiveRelated TranslationsOther Translations
leading aanvoerend; befaamd; dominant; eerste; geacht; gezaghebbend; hooggeplaatst; hooggezeten; leidend; maatgevend; prominent; toonaangevend; vooraan; vooraanstaand; vooraanstaande; voorin; voornaam; voorop

Wiktionary Translations for voorgaan:


Cross Translation:
FromToVia
voorgaan advance; progress; precede avancerpousser en avant, porter en avant.
voorgaan anticipate; forestall; precede; head; lead précéderaller devant ; marcher devant.

Related Translations for voorgaan