Summary
Dutch to English:   more detail...
  1. zich krabben:


Dutch

Detailed Translations for zich krabben from Dutch to English

zich krabben:

zich krabben verb

  1. zich krabben (krassen)
    to scratch; to scrape; to screech; to rasp; to grate; to claw; to paw
    • scratch verb (scratches, scratched, scratching)
    • scrape verb (scrapes, scraped, scraping)
    • screech verb (screeches, screeched, screeching)
    • rasp verb (rasps, rasped, rasping)
    • grate verb (grates, grated, grating)
    • claw verb (claws, clawed, clawing)
    • paw verb (paws, pawed, pawing)

Translation Matrix for zich krabben:

NounRelated TranslationsOther Translations
claw grijper; klauw; vangarm
grate raster; rastering; rasterwerk; rooster
paw hand; jat; klauw; knuist; poot; vinger
rasp rasp
scrape krab; krabwond; kras; schaafwond; schram; schrammetje
scratch krab; krabwond; kras; lijn; schram; schrammetje; schreef
screech gil; kreet; roep; schreeuw; uitroep
VerbRelated TranslationsOther Translations
claw krassen; zich krabben
grate krassen; zich krabben afkrabben; knarsen; raspen; schaven; schrapen; schrappen; schuren; traliën
paw krassen; zich krabben
rasp krassen; zich krabben reutelen; rochelen
scrape krassen; zich krabben afbikken; afkrabben; afschrappen; schrapen; schrappen; wegbikken
scratch krassen; zich krabben afkrabben; bekrassen; graaien; grijpen; grissen; jatten; pikken; schrapen; schrappen; snaaien; wegkapen
screech krassen; zich krabben afkrabben; gillen; krijsen; schrapen; schrappen; schreeuwen; uitgillen; uitkrijsen

Related Translations for zich krabben