Summary


Dutch

Detailed Translations for voorbestellen from Dutch to Spanish

voorbestellen:

voorbestellen verb (bestel voor, bestelt voor, bestelde voor, bestelden voor, voorbesteld)

  1. voorbestellen (vooruitbestellen)

Conjugations for voorbestellen:

o.t.t.
  1. bestel voor
  2. bestelt voor
  3. bestelt voor
  4. bestellen voor
  5. bestellen voor
  6. bestellen voor
o.v.t.
  1. bestelde voor
  2. bestelde voor
  3. bestelde voor
  4. bestelden voor
  5. bestelden voor
  6. bestelden voor
v.t.t.
  1. heb voorbesteld
  2. hebt voorbesteld
  3. heeft voorbesteld
  4. hebben voorbesteld
  5. hebben voorbesteld
  6. hebben voorbesteld
v.v.t.
  1. had voorbesteld
  2. had voorbesteld
  3. had voorbesteld
  4. hadden voorbesteld
  5. hadden voorbesteld
  6. hadden voorbesteld
o.t.t.t.
  1. zal voorbestellen
  2. zult voorbestellen
  3. zal voorbestellen
  4. zullen voorbestellen
  5. zullen voorbestellen
  6. zullen voorbestellen
o.v.t.t.
  1. zou voorbestellen
  2. zou voorbestellen
  3. zou voorbestellen
  4. zouden voorbestellen
  5. zouden voorbestellen
  6. zouden voorbestellen
diversen
  1. bestel voor!
  2. bestelt voor!
  3. voorbesteld
  4. voorbestellend
1. ik, 2. je/jij, 3. hij/zij/het, 4. we. 5. jullie, 6. zij/ze

Translation Matrix for voorbestellen:

VerbRelated TranslationsOther Translations
encargar voorbestellen; vooruitbestellen aanbesteden; belasten; bestellen; bevelen; commanderen; decreteren; gebieden; gelasten; instructie geven; instrueren; opdracht geven; opdragen; orderen; uitbesteden; verordenen; verordonneren
pedir con antelación voorbestellen; vooruitbestellen
pedir con anticipación voorbestellen; vooruitbestellen