Summary
Dutch to French:   more detail...
  1. inbijtend:
  2. inbijten:
  3. Wiktionary:


Dutch

Detailed Translations for inbijtend from Dutch to French

inbijtend:


inbijten:

inbijten verb (bijt in, beet in, beten in, ingebeten)

  1. inbijten (invreten)
    ronger; corroder
    • ronger verb (ronge, ronges, rongeons, rongez, )
    • corroder verb (corrode, corrodes, corrodons, corrodez, )

Conjugations for inbijten:

o.t.t.
  1. bijt in
  2. bijt in
  3. bijt in
  4. bijten in
  5. bijten in
  6. bijten in
o.v.t.
  1. beet in
  2. beet in
  3. beet in
  4. beten in
  5. beten in
  6. beten in
v.t.t.
  1. heb ingebeten
  2. hebt ingebeten
  3. heeft ingebeten
  4. hebben ingebeten
  5. hebben ingebeten
  6. hebben ingebeten
v.v.t.
  1. had ingebeten
  2. had ingebeten
  3. had ingebeten
  4. hadden ingebeten
  5. hadden ingebeten
  6. hadden ingebeten
o.t.t.t.
  1. zal inbijten
  2. zult inbijten
  3. zal inbijten
  4. zullen inbijten
  5. zullen inbijten
  6. zullen inbijten
o.v.t.t.
  1. zou inbijten
  2. zou inbijten
  3. zou inbijten
  4. zouden inbijten
  5. zouden inbijten
  6. zouden inbijten
en verder
  1. is ingebeten
diversen
  1. bijt in!
  2. bijt in!
  3. ingebeten
  4. inbijtend
1. ik, 2. je/jij, 3. hij/zij/het, 4. we. 5. jullie, 6. zij/ze

Translation Matrix for inbijten:

VerbRelated TranslationsOther Translations
corroder inbijten; invreten
ronger inbijten; invreten inkankeren; kluiven; knabbelen; knagen; knauwen; peuzelen

Wiktionary Translations for inbijten:


Cross Translation:
FromToVia
inbijten éroder; rouiller corrode — to eat away
inbijten éroder erode — To wear away by abrasion, corrosion or chemical reaction