Summary
Dutch to French:   more detail...
  1. vereren:

Remove Ads

Dutch

Detailed Translations for vereren from Dutch to French

vereren:

vereren verb (vereer, vereert, vereerde, vereerden, vereerd)

  1. vereren (zich lovend uitlaten; loven; prijzen; roemen)

Conjugations for vereren:

o.t.t.
  1. vereer
  2. vereert
  3. vereert
  4. vereren
  5. vereren
  6. vereren
o.v.t.
  1. vereerde
  2. vereerde
  3. vereerde
  4. vereerden
  5. vereerden
  6. vereerden
v.t.t.
  1. heb vereerd
  2. hebt vereerd
  3. heeft vereerd
  4. hebben vereerd
  5. hebben vereerd
  6. hebben vereerd
v.v.t.
  1. had vereerd
  2. had vereerd
  3. had vereerd
  4. hadden vereerd
  5. hadden vereerd
  6. hadden vereerd
o.t.t.t.
  1. zal vereren
  2. zult vereren
  3. zal vereren
  4. zullen vereren
  5. zullen vereren
  6. zullen vereren
o.v.t.t.
  1. zou vereren
  2. zou vereren
  3. zou vereren
  4. zouden vereren
  5. zouden vereren
  6. zouden vereren
en verder
  1. ben vereerd
  2. bent vereerd
  3. is vereerd
  4. zijn vereerd
  5. zijn vereerd
  6. zijn vereerd
diversen
  1. vereer!
  2. vereert!
  3. vereerd
  4. vererend
1. ik, 2. je/jij, 3. hij/zij/het/u, 4. we. 5. jullie/u, 6. zij/ze

External Machine Translations:
Images:


Remove Ads

Remove Ads