Summary
Dutch to Swedish:   more detail...
  1. overleg:
  2. overleggen:
  3. Wiktionary:


Dutch

Detailed Translations for overleg from Dutch to Swedish

overleg:

overleg [het ~] noun

  1. het overleg (beraadslaging; conferentie; samenkomst)
    – het praten erover 1
    rådplägning; konferens; sammankomst; överläggning; möte

Translation Matrix for overleg:

NounRelated TranslationsOther Translations
konferens beraadslaging; conferentie; overleg; samenkomst bijeenkomst; congres; manifestatie; samenkomst; vergadering; zitting
möte beraadslaging; conferentie; overleg; samenkomst Webvergadering; bijeenkomst; manifestatie; ontmoeting; oploopje; samenkomst; toeloop; treffen; vergadering; zitting
rådplägning beraadslaging; conferentie; overleg; samenkomst
sammankomst beraadslaging; conferentie; overleg; samenkomst inwinnen; ontmoeting; oploopje; samenkomst; samenstroming; samenvloeiing; samenzijn; toeloop; treffen
överläggning beraadslaging; conferentie; overleg; samenkomst beraad

Related Words for "overleg":


Related Definitions for "overleg":

  1. het praten erover1
    • er was een overleg over dat probleem1
  2. met gebruik van je verstand1
    • dat moet je met overleg doen1

Wiktionary Translations for overleg:


Cross Translation:
FromToVia
overleg möte meeting — gathering for a purpose
overleg rådslag; överläggning Beratung — Zusammenkunft von Leuten, um Informationen zu einem Thema auszutauschen und dadurch zu Entscheidungen zu kommen

overleggen:

overleggen verb (overleg, overlegt, overlegde, overlegden, overlegd)

  1. overleggen (overwegen; beraadslagen)
    – het praten erover 1
    överväga
    • överväga verb (överväger, övervägde, övervägt)

Conjugations for overleggen:

o.t.t.
  1. overleg
  2. overlegt
  3. overlegt
  4. overleggen
  5. overleggen
  6. overleggen
o.v.t.
  1. overlegde
  2. overlegde
  3. overlegde
  4. overlegden
  5. overlegden
  6. overlegden
v.t.t.
  1. heb overlegd
  2. hebt overlegd
  3. heeft overlegd
  4. hebben overlegd
  5. hebben overlegd
  6. hebben overlegd
v.v.t.
  1. had overlegd
  2. had overlegd
  3. had overlegd
  4. hadden overlegd
  5. hadden overlegd
  6. hadden overlegd
o.t.t.t.
  1. zal overleggen
  2. zult overleggen
  3. zal overleggen
  4. zullen overleggen
  5. zullen overleggen
  6. zullen overleggen
o.v.t.t.
  1. zou overleggen
  2. zou overleggen
  3. zou overleggen
  4. zouden overleggen
  5. zouden overleggen
  6. zouden overleggen
en verder
  1. is overlegd
  2. zijn overlegd
diversen
  1. overleg!
  2. overlegt!
  3. overlegd
  4. overleggend
1. ik, 2. je/jij, 3. hij/zij/het, 4. we. 5. jullie, 6. zij/ze

Translation Matrix for overleggen:

VerbRelated TranslationsOther Translations
överväga beraadslagen; overleggen; overwegen afwegen; bedenken; bekijken; beraden; beschouwen; bespiegelen; consideren; iets overwegen; kunnen doodvallen; nadenken; op het oog hebben; overdenken; overpeinzen; overwegen; peinzen; wikken en wegen

Related Words for "overleggen":


Wiktionary Translations for overleggen:


Cross Translation:
FromToVia
overleggen rådlägga; konferera confer — discuss, consult
overleggen diskutera discuss — to converse or debate concerning a particular topic
overleggen prata; tala; snacka talk — to communicate by speech
overleggen dryfta; avhandla; undersöka; diskutera discuterexaminer, débattre avec quelqu’un une question, une affaire avec soin, avec exactitude, et en bien considérer le pour et le contre.

Related Translations for overleg