Summary
Dutch to German:   more detail...
  1. subtiel:
  2. Wiktionary:


Dutch

Detailed Translations for subtiel from Dutch to German

subtiel:

subtiel adj

  1. subtiel (fijn)

Translation Matrix for subtiel:

ModifierRelated TranslationsOther Translations
dünn fijn; subtiel armzalig; dun; fijn; fijngebouwd; geen vet op de botten hebbende; iel; ijl; karig; krukkig; mager; onbeholpen; onhandig; pover; rank; schamel; schraal; schriel; schutterig; slank; slap; slungelig; spichtig; sprieterig; stumperig; stuntelig; sukkelig; tenger; van geringe dichtheid; waterachtig; waterig
fein fijn; subtiel aangenaam; aardig; armzalig; behaaglijk; bijzonder aangenaam; breekbaar; broos; chic; cru; decoratief; delicaat; dun; eerlijk; elegant; esthetisch; fijn; fijngebouwd; fijngevoelig; fragiel; frèle; gammel; geraffineerd; gracieus; iel; ijl; karig; krakkemikkig; kwetsbaar; leuk; lief; mager; modieuze verfijning; onomwonden; onverbloemd; onverholen; open; openlijk; oprecht; plezant; plezierig; pover; prettig; rank; rechtschapen; rechttoe rechtaan; schamel; schraal; sierlijk; slank; slank en smal; slap; smaakvol; stijlvol; sympathiek; teder; teer; tenger; van geringe dichtheid; verfijnd; wankel; zwak
gemütlich fijn; subtiel aangenaam; behaaglijk; comfortabel; confidentieel; fijn; gemakkelijk; gemoedelijk; genoeglijk; geriefelijk; ingetogen; joviaal; knus; leuk; licht; lichtwegend; plezant; plezierig; prettig; sfeervol; stemmig; vertrouwelijk
subtil fijn; subtiel
zart fijn; subtiel breekbaar; broos; delicaat; dun; fijn; fijngebouwd; fijngevoelig; fragiel; frèle; gammel; iel; kies; krakkemikkig; kwetsbaar; lichtgebouwd; mals; met veel tact; pril; rank; slank; slap; tactvol; teder; teer; tenger; vroeg; wankel; zwak

Related Words for "subtiel":

  • subtieler, subtielere, subtielst, subtielste, subtiele

Wiktionary Translations for subtiel:

subtiel
adjective
  1. alleen bij nauwkeurig toezien of voor fijn gevoel waar te nemen of te begrijpen
  2. fijn onderscheidend, scherpzinnig

Cross Translation:
FromToVia
subtiel grell; herb; scharf; beißend; heftig; hart; rau; streng; spitzfindig; subtil; geistreich; sinnreich; witzig findélié, menu, mince ou étroit.
subtiel subtil subtil — désuet|fr Qui est délié, fin, menu.