Summary
Dutch to English:   more detail...
  1. lasnaden:
  2. lasnaad:


Dutch

Detailed Translations for lasnaden from Dutch to English

lasnaden:

lasnaden [de ~] noun, plural

  1. de lasnaden (lassen; welnaden)
    the weldings; the welds; the joints

Translation Matrix for lasnaden:

NounRelated TranslationsOther Translations
joints lasnaden; lassen; welnaden
weldings lasnaden; lassen; welnaden
welds lasnaden; lassen; welnaden

Related Words for "lasnaden":


lasnaad:

lasnaad [de ~ (m)] noun

  1. de lasnaad (las; welnaad)
    the welding; the joint

Translation Matrix for lasnaad:

NounRelated TranslationsOther Translations
joint las; lasnaad; welnaad draai; geleding; gelid; gewricht; gewrichtsknobbel; kink; knoop; kronkel; lus; lusvormige kromming; rij manschappen; stickie; verbinding van beenderen; verbinding van lichaamsdelen
welding las; lasnaad; welnaad aanlassen
AdjectiveRelated TranslationsOther Translations
joint aaneengesloten; algemeen; een eenheid vormend; gemeenschappelijk; meer personen betreffend; samenhangend; verbonden; verenigd

Related Words for "lasnaad":