Dutch

Detailed Translations for toestanden from Dutch to English

toestanden:

toestanden [de ~] noun, plural

  1. de toestanden
    the states

Translation Matrix for toestanden:

NounRelated TranslationsOther Translations
states toestanden gesteldheden; staten

Related Words for "toestanden":


toestanden form of toestand:

toestand [de ~ (m)] noun

  1. de toestand (gesteldheid; staat; positie)
    the state; the condition; the position; the situation
  2. de toestand (staat; conditie)
    the state; the situation
  3. de toestand (heisa)
    the fuzz; the rumpus; the huzza; the mess; the ado; the bother; the to-do
  4. de toestand (situatie; omstandigheden; omstandigheid)
    the situation

toestand

  1. toestand
    the state
    – The activity level of an account or a business contact; possible values are 'active' or 'inactive'. 1
  2. toestand
    the state
    – The period of time during which an actor exhibits a particular behavior. 1
  3. toestand
    the state
    – In a statechart or activity diagram, a condition during which an object satisfies a condition, performs an action, or waits for an event. 1

Translation Matrix for toestand:

NounRelated TranslationsOther Translations
ado heisa; toestand deining; ophef
bother heisa; toestand hinder; overlast; rompslomp; veel gedoe
condition gesteldheid; positie; staat; toestand beding; bepaling; beperking; conditie; criterium; eis; kriterium; vereiste; voorwaarde; vorm
fuzz heisa; toestand
huzza heisa; toestand
mess heisa; toestand bedrog; bende; berg; bocht; chaos; geklieder; heksenketel; hoop; keet; kliederboel; kliederen; knoeiboel; knoeierij; nep; opeenhoping; oplichterij; puinhoop; puinzooi; regelloosheid; rommel; rompslomp; rotzooi; smeerboel; smerig spul; soepzootje; troep; veel gedoe; wanorde; wanordelijkheid; warboel; warhoop; warwinkel; zooi; zootje; zwendelarij
position gesteldheid; positie; staat; toestand ambt; arrangement; baan; betrekking; bewering; dienstbetrekking; functie; gezichtshoek; gezichtspunt; houding; indeling; invalshoek; job; klasse; ligging; maatschappelijke klasse; oogpunt; opstelling; orde; ordening; perspectief; positie; rang; rangschikking; schikking; slag; stand; stand van het lichaam; standpunt; standpuntbepaling; stellingname; thema; zienswijs
rumpus heisa; toestand stennis
situation conditie; gesteldheid; omstandigheden; omstandigheid; positie; situatie; staat; toestand levensomstandigheden; ligging; locatie; positie; stand van zaken
state conditie; gesteldheid; positie; staat; toestand land; natie; rijk; staat; status
to-do heisa; toestand deining; ophef; rompslomp; taak
- staat
VerbRelated TranslationsOther Translations
bother lastig maken; lastigvallen; obstructie plegen; storen; teisteren; tobben
mess aanklooien; droppen; druipen; druppelen; druppels laten vallen; druppen; kladden; klooien; knoeien; morsen; rotzooien; verdoen; verspillen; vlekken
position plaatsen; positioneren; zetten
state afkondigen; bekendmaken; berichten; informeren; meedelen; melden; mening kenbaar maken; proclameren; rapporteren; verkondigen; verslag uitbrengen
AdjectiveRelated TranslationsOther Translations
to-do taken

Related Words for "toestand":


Synonyms for "toestand":


Related Definitions for "toestand":

  1. hoe iets of iemand is2
    • de toestand van de patiënt is goed2

Wiktionary Translations for toestand:

toestand
noun
  1. geheel van omstandigheden
  2. een ongelukkige situatie
toestand
noun
  1. state of an object
  2. -

Cross Translation:
FromToVia
toestand state; condition ZustandArt und Weise, wie etwas zu einem bestimmen Zeitpunkt ist
toestand condition Zustandnur Plural, umgangssprachlich: plötzlich auftretende körperliche Beschwerden oder schlechte Laune
toestand condition; stipulation; provision; proviso; term; requirement conditionnature, état ou qualité d’une chose ou d’une personne.
toestand situation; condition; status; position situationposition d’une ville, d’un château, d’une maison, d’un jardin, etc.
toestand state; condition; status; standing; estate état — Disposition de quelqu’un, de quelque chose