Summary
Dutch to Spanish:   more detail...
  1. kern:
  2. Wiktionary:


Dutch

Detailed Translations for kern from Dutch to Spanish

kern:

kern [de ~] noun

  1. de kern (binnenste)
    el corazón; el núcleo
  2. de kern (essentie; midden)
    la esencia; el lo más esencial
  3. de kern (middelpunt; centrum; midden)
    el centro; el núcleo; el corazón de una cosa

Translation Matrix for kern:

NounRelated TranslationsOther Translations
centro centrum; kern; middelpunt; midden binnenste; bloedpomp; bolwerk; dolhuis; gekkenhuis; gesticht; hart; inrichting; krankzinnigengesticht; krankzinnigeninrichting; middelste; psychiatrische inrichting
corazón binnenste; kern beminde; bloedpomp; duifje; geliefde; hart; liefje; liefste; lieve; lieveling; lieverd; poepje; schat; schatje; schattebout; scheetje; snoepje; snoes; vriendin; vrouwlief
corazón de una cosa centrum; kern; middelpunt; midden kernpunt
esencia essentie; kern; midden belangrijkste punt; bloedpomp; hart; hoofdpunt; wezenlijkheid
lo más esencial essentie; kern; midden bloedpomp; hart; wezenlijkste
núcleo binnenste; centrum; kern; middelpunt; midden binnenste; middelste

Related Words for "kern":

  • kernen

Wiktionary Translations for kern:


Cross Translation:
FromToVia
kern núcleo kernel — (mathematics, algebra) set of elements mapped to zero
kern núcleo nucleus — core, central part of something
kern núcleo Kern — zentraler Hauptbestandteil eines Ganzen
kern cuesco; hueso; núcleo noyau — Partie centrale, dure, d’une drupe et qui contient une amande. On oppose le noyau au pépin de la baie.

Related Translations for kern