Summary
Dutch to French:   more detail...
  1. lastig maken:
  2. Wiktionary:


Dutch

Detailed Translations for het lastig maken from Dutch to French

lastig maken:

lastig maken verb (maak lastig, maakt lastig, maakte lastig, maakten lastig, lastig gemaakt)

  1. lastig maken
    compliquer; rendre difficile
    • compliquer verb (complique, compliques, compliquons, compliquez, )

Conjugations for lastig maken:

o.t.t.
  1. maak lastig
  2. maakt lastig
  3. maakt lastig
  4. maken lastig
  5. maken lastig
  6. maken lastig
o.v.t.
  1. maakte lastig
  2. maakte lastig
  3. maakte lastig
  4. maakten lastig
  5. maakten lastig
  6. maakten lastig
v.t.t.
  1. heb lastig gemaakt
  2. hebt lastig gemaakt
  3. heeft lastig gemaakt
  4. hebben lastig gemaakt
  5. hebben lastig gemaakt
  6. hebben lastig gemaakt
v.v.t.
  1. had lastig gemaakt
  2. had lastig gemaakt
  3. had lastig gemaakt
  4. hadden lastig gemaakt
  5. hadden lastig gemaakt
  6. hadden lastig gemaakt
o.t.t.t.
  1. zal lastig maken
  2. zult lastig maken
  3. zal lastig maken
  4. zullen lastig maken
  5. zullen lastig maken
  6. zullen lastig maken
o.v.t.t.
  1. zou lastig maken
  2. zou lastig maken
  3. zou lastig maken
  4. zouden lastig maken
  5. zouden lastig maken
  6. zouden lastig maken
diversen
  1. maak lastig!
  2. maakt lastig!
  3. lastig gemaakt
  4. lastig makend
1. ik, 2. je/jij, 3. hij/zij/het, 4. we. 5. jullie, 6. zij/ze

Translation Matrix for lastig maken:

VerbRelated TranslationsOther Translations
compliquer lastig maken bemoeilijken; compliceren; hinderen; ingewikkeld maken; moeilijk maken; moeilijker maken; tegenwerken; verwikkelen; zwaarder maken
rendre difficile lastig maken bemoeilijken; compliceren; hinderen; ingewikkeld maken; moeilijk maken; moeilijker maken; tegenwerken; verzwaren; zwaarder maken
OtherRelated TranslationsOther Translations
compliquer erbij betrekken; verwikkelen


Wiktionary Translations for het lastig maken:


Related Translations for het lastig maken