Summary
Dutch to French:   more detail...
  1. dependance:


Dutch

Detailed Translations for dependance from Dutch to French

dependance:

dependance [de ~] noun

  1. de dependance (ander filiaal)
    l'annexe; la dépendance
  2. de dependance (bijgebouw)
    l'annexe; la dépendance; le bâtiments communs

Translation Matrix for dependance:

NounRelated TranslationsOther Translations
annexe ander filiaal; bijgebouw; dependance aanbouw; aanhangsel; aanvulling; addendum; additie; appendix; bijlage; bijmenging; bijvoeging; bijvoegsel; meezending; supplement; toelichting; toevoeging; toevoegsel; uitbouw
bâtiments communs bijgebouw; dependance
dépendance ander filiaal; bijgebouw; dependance afhankelijkheid; agentschap; bijkantoor; filiaal; gewenning; horigheid; hulpkantoor; verslaafdheid; verslaving

Related Words for "dependance":

  • dependances