Summary
Dutch to French:   more detail...
  1. tewerkstellen:
  2. Wiktionary:


Dutch

Detailed Translations for tewerkstellen from Dutch to French

tewerkstellen:

tewerkstellen verb

  1. tewerkstellen (detacheren; uitzenden)
    embaucher; dégager; détacher; dévisser; déboutonner
    • embaucher verb (embauche, embauches, embauchons, embauchez, )
    • dégager verb (dégage, dégages, dégagons, dégagez, )
    • détacher verb (détache, détaches, détachons, détachez, )
    • dévisser verb (dévisse, dévisses, dévissons, dévissez, )
    • déboutonner verb (déboutonne, déboutonnes, déboutonnons, déboutonnez, )

Translation Matrix for tewerkstellen:

NounRelated TranslationsOther Translations
dégager wegruimen
VerbRelated TranslationsOther Translations
déboutonner detacheren; tewerkstellen; uitzenden loshaken; losknopen; nullificeren; ondervangen; ontknopen; ontsluiten; opendoen; openen; openmaken; openstellen; opheffen; teniet doen; toegankelijk maken; verijdelen; vernietigen; vrijgeven
dégager detacheren; tewerkstellen; uitzenden afscheiden; afvoeren; banen; bevrijden; detacheren; emanciperen; loskrijgen; losmaken; lostornen; loswerken; lozen; scheiden; tornen; uithalen; uitscheiden; uitstoten; uittrekken; uitwerpen; verlossen; vrijmaken; vrijvechten; wegstoten; wegtrappen
détacher detacheren; tewerkstellen; uitzenden afhaken; afkoppelen; afplukken; afrukken; afscheiden; afscheuren; afsplitsen; afspoelen; afvallen; afzeggen; afzien van; afzonderen; detacheren; eruitstappen; gaan; heengaan; kraken; losbreken; loskoppelen; loskrijgen; losmaken; losslaan; lossnijden; lostornen; loswerken; niet-beschikbaar maken; opbreken; openbreken; opgeven; ophouden; opstappen; plukken; scheiden; separeren; splitsen; stoppen; tornen; uithalen; uittrekken; vertrekken; weggaan
dévisser detacheren; tewerkstellen; uitzenden afhaken; afschroeven; afvallen; afzeggen; afzien van; eruitstappen; losdraaien; loskrijgen; losmaken; losschroeven; lostornen; ontsluiten; opendraaien; openen; openschroeven; opgeven; ophouden; stoppen; tornen; uithalen; uittrekken
embaucher detacheren; tewerkstellen; uitzenden aannemen; aanroepen; aantrekken; aanwerven; engageren; in dienst nemen; inhuren; inroepen; inviteren; rekruteren; ronselen; uitnodigen; werven

Wiktionary Translations for tewerkstellen:

tewerkstellen
Cross Translation:
FromToVia
tewerkstellen recruter; embaucher; employer employ — to give someone work
tewerkstellen employer anstellen — jemandem eine Arbeitsstelle bieten