Summary
Dutch to German:   more detail...
  1. grappen:
  2. grap:
  3. Wiktionary:


Dutch

Detailed Translations for grappen from Dutch to German

grappen:

grappen verb (grap, grapt, grapte, grapten, gegrapt)

  1. grappen (malligheid uithalen; een poets bakken; dollen; )
    spaßen; scherzen; herumtollen
    • spaßen verb (spaße, spaßt, spaßte, spaßtet, gespaßt)
    • scherzen verb (scherze, scherzest, scherzt, scherzte, scherztet, gescherzt)
    • herumtollen verb (tolle herum, tollst herum, tollt herum, tollte herum, tolltet herum, herumgetollt)

Conjugations for grappen:

o.t.t.
  1. grap
  2. grapt
  3. grapt
  4. grappen
  5. grappen
  6. grappen
o.v.t.
  1. grapte
  2. grapte
  3. grapte
  4. grapten
  5. grapten
  6. grapten
v.t.t.
  1. heb gegrapt
  2. hebt gegrapt
  3. heeft gegrapt
  4. hebben gegrapt
  5. hebben gegrapt
  6. hebben gegrapt
v.v.t.
  1. had gegrapt
  2. had gegrapt
  3. had gegrapt
  4. hadden gegrapt
  5. hadden gegrapt
  6. hadden gegrapt
o.t.t.t.
  1. zal grappen
  2. zult grappen
  3. zal grappen
  4. zullen grappen
  5. zullen grappen
  6. zullen grappen
o.v.t.t.
  1. zou grappen
  2. zou grappen
  3. zou grappen
  4. zouden grappen
  5. zouden grappen
  6. zouden grappen
diversen
  1. grap!
  2. grapt!
  3. gegrapt
  4. grappend
1. ik, 2. je/jij, 3. hij/zij/het, 4. we. 5. jullie, 6. zij/ze

Translation Matrix for grappen:

VerbRelated TranslationsOther Translations
herumtollen dollen; een poets bakken; gekheid uithalen; gekscheren; grappen; malligheid uithalen; schertsen; streek uithalen dollen; ravotten; robbedoezen; ronddartelen; stoeien; wild rennen; wild spelen; zich uitleven
scherzen dollen; een poets bakken; gekheid uithalen; gekscheren; grappen; malligheid uithalen; schertsen; streek uithalen badineren; dollen; ravotten; stoeien; wild rennen; wild spelen; zich uitleven
spaßen dollen; een poets bakken; gekheid uithalen; gekscheren; grappen; malligheid uithalen; schertsen; streek uithalen gekheid maken; grappen maken

Related Words for "grappen":


Wiktionary Translations for grappen:


Cross Translation:
FromToVia
grappen scherzen joke — do for amusement

grap:

grap [de ~] noun

  1. de grap (bak; mop)
    der Scherz; der Spaß
  2. de grap (kwinkslag; canard; grol; scherts)
    die Spaßmacherei; der Scherz; Scherzen
  3. de grap (uiting van vrolijkheid; gein; aardigheid)

Translation Matrix for grap:

NounRelated TranslationsOther Translations
Humor aardigheid; gein; grap; uiting van vrolijkheid Humour; geestigheid; humor
Scherz bak; canard; grap; grol; kwinkslag; mop; scherts aardigheid; gein; geintje; gekheid; grapje; jolijt; keet; leut; lol; lolletje; plezier; poets; pret; pretje; scherts; streek
Scherzen canard; grap; grol; kwinkslag; scherts grappenmakerij
Spaß bak; grap; mop aardigheid; blijheid; blijmoedigheid; geestigheid; gein; geintje; gekheid; genoegen; genot; grapje; humor; joligheid; jolijt; jool; keet; leukheid; leut; lol; lolletje; lust; opgewektheid; plezier; poets; pret; pretje; scherts; streek; vreugde; vrolijkheid
Spaßmacherei canard; grap; grol; kwinkslag; scherts grappenmakerij; grappigheid; kluchtigheid; koddigheid; snaaksheid; vermakelijkheid
äusserung von Fröhlichkeit aardigheid; gein; grap; uiting van vrolijkheid
- ui

Related Words for "grap":


Synonyms for "grap":


Related Definitions for "grap":

  1. wat je vertelt of doet om iemand te laten lachen1
    • hij vertelde een goeie grap1

Wiktionary Translations for grap:

grap
noun
  1. verhaal dat of handeling die erop gericht is om de lachlust op te wekken
grap
noun
  1. eine kleine Geschichte oder Ähnliches, das zum lachen anregen soll

Cross Translation:
FromToVia
grap Witz joke — amusing story
grap Streich; Scherz joke — something said or done for amusement
grap Witz joke — worthless thing or person
grap Streich; Schabernack prank — practical joke or mischievous trick
grap Jux; Scherz; Spaß badinageaction ou propos léger, qui ne prête pas à conséquences.

Related Translations for grappen