Summary
Dutch to Spanish:   more detail...
  1. planning:
  2. Planning:
  3. Wiktionary:


Dutch

Detailed Translations for planning from Dutch to Spanish

planning:

planning [de ~ (v)] noun

  1. de planning (opzet; plan)
    el plan; la meta; el objetivo; el objeto; el proyecto
  2. de planning
    la programación

Translation Matrix for planning:

NounRelated TranslationsOther Translations
meta opzet; plan; planning doel; doeleinde; doelschijf; intentie; inzet; moedwil; oogmerk; streven; toeleg; voornemen
objetivo opzet; plan; planning aandrang; doel; doeleinde; doelschijf; doelstelling; drang; einddoel; intentie; inzet; moedwil; oogmerk; streven; toeleg; voornemen; voorzetlens
objeto opzet; plan; planning artikel; ding; doel; doelschijf; doelwit; goed; intentie; item; mikpunt; moedwil; object; oogmerk; voornemen; voorwerp; zaak
plan opzet; plan; planning intentie; moedwil; oogmerk; plan; project; schema; toeleg; voornemen
programación planning programmering
proyecto opzet; plan; planning intentie; moedwil; oogmerk; plan; project; toekomstmuziek; toeleg; verhandeling; voornemen; werkstuk
ModifierRelated TranslationsOther Translations
objetivo koel; nuchter; objectief; onpartijdig; zakelijk

Related Words for "planning":

  • planningen

Wiktionary Translations for planning:


Cross Translation:
FromToVia
planning planificación Planungdurchdachter Vorgang der zu einer Zeichnung oder Beschreibung eines Vorhaben, im Ergebnis (dem Plan), führt.

Planning:

Planning

  1. Planning

Translation Matrix for Planning:

VerbRelated TranslationsOther Translations
Programar Planning