Summary
Dutch to Spanish:   more detail...
  1. doorrijden:
  2. Wiktionary:


Dutch

Detailed Translations for rijden door from Dutch to Spanish

rijden door form of doorrijden:

doorrijden verb (rijd door, rijdt door, reed door, reden door, doorgereden)

  1. doorrijden

Conjugations for doorrijden:

o.t.t.
  1. rijd door
  2. rijdt door
  3. rijdt door
  4. rijden door
  5. rijden door
  6. rijden door
o.v.t.
  1. reed door
  2. reed door
  3. reed door
  4. reden door
  5. reden door
  6. reden door
v.t.t.
  1. ben doorgereden
  2. bent doorgereden
  3. is doorgereden
  4. zijn doorgereden
  5. zijn doorgereden
  6. zijn doorgereden
v.v.t.
  1. was doorgereden
  2. was doorgereden
  3. was doorgereden
  4. waren doorgereden
  5. waren doorgereden
  6. waren doorgereden
o.t.t.t.
  1. zal doorrijden
  2. zult doorrijden
  3. zal doorrijden
  4. zullen doorrijden
  5. zullen doorrijden
  6. zullen doorrijden
o.v.t.t.
  1. zou doorrijden
  2. zou doorrijden
  3. zou doorrijden
  4. zouden doorrijden
  5. zouden doorrijden
  6. zouden doorrijden
diversen
  1. rijd door!
  2. rijdt door!
  3. doorgereden
  4. doorrijdend
1. ik, 2. je/jij, 3. hij/zij/het, 4. we. 5. jullie, 6. zij/ze

Translation Matrix for doorrijden:

VerbRelated TranslationsOther Translations
continuar doorrijden aanhouden; continueren; doorgaan; doorwerken; doorzetten; een stapje verder gaan; prolongeren; standhouden; verdergaan; vervolgen; volharden; volhouden; voortbestaan; voortduren; voortgaan; voortzetten
no detenerse doorrijden
seguir conduciendo doorrijden


Wiktionary Translations for rijden door:


Cross Translation:
FromToVia
rijden door leer de cabo a rabo; recorrer; atravesar parcourirtraverser un espace en divers sens.

Related Translations for rijden door