Dutch
Detailed Translations for bedotten from Dutch to English
bedotten:
Conjugations for bedotten:
o.t.t.
- bedot
- bedot
- bedot
- bedotten
- bedotten
- bedotten
o.v.t.
- bedotte
- bedotte
- bedotte
- bedotten
- bedotten
- bedotten
v.t.t.
- heb bedot
- hebt bedot
- heeft bedot
- hebben bedot
- hebben bedot
- hebben bedot
v.v.t.
- had bedot
- had bedot
- had bedot
- hadden bedot
- hadden bedot
- hadden bedot
o.t.t.t.
- zal bedotten
- zult bedotten
- zal bedotten
- zullen bedotten
- zullen bedotten
- zullen bedotten
o.v.t.t.
- zou bedotten
- zou bedotten
- zou bedotten
- zouden bedotten
- zouden bedotten
- zouden bedotten
diversen
- bedot!
- bedot!
- bedot
- bedottende
1. ik, 2. je/jij, 3. hij/zij/het/u, 4. we. 5. jullie/u, 6. zij/ze
External Machine Translations:
Images: