Summary
Dutch to English: more detail...
-
wezen:
- person; being; mortal; individual; human being; man; human
- wijzen:
- wees:
Dutch
Detailed Translations for wezen from Dutch to English
wezen:
-
het wezen (persoon; individu; sterveling; mens)
-
het wezen (mens; persoon; mensenkind; iemand; individu)
Related Words for "wezen":
Synonyms for "wezen":
Related Definitions for "wezen":
wijzen:
-
wijzen (attenderen)
-
wijzen (iets aanwijzen; aanduiden; indiceren; aangeven)
Conjugations for wijzen:
o.t.t.
- wijs
- wijst
- wijst
- wijzen
- wijzen
- wijzen
o.v.t.
- wees
- wees
- wees
- wezen
- wezen
- wezen
v.t.t.
- heb gewezen
- hebt gewezen
- heeft gewezen
- hebben gewezen
- hebben gewezen
- hebben gewezen
v.v.t.
- had gewezen
- had gewezen
- had gewezen
- hadden gewezen
- hadden gewezen
- hadden gewezen
o.t.t.t.
- zal wijzen
- zult wijzen
- zal wijzen
- zullen wijzen
- zullen wijzen
- zullen wijzen
o.v.t.t.
- zou wijzen
- zou wijzen
- zou wijzen
- zouden wijzen
- zouden wijzen
- zouden wijzen
diversen
- wijs!
- wijst!
- gewezen
- wijzend
1. ik, 2. je/jij, 3. hij/zij/het/u, 4. we. 5. jullie/u, 6. zij/ze
Related Words for "wijzen":
Related Definitions for "wijzen":
wees:
-
de wees (weeskind)
the orphan child -
de wees
-
de wees
the orphan– A member of a mirrored volume or a RAID-5 volume that has failed due to a severe cause, such as a loss of power or a complete hard-disk head failure. When this happens, the fault-tolerant driver determines that it can no longer use the orphaned member and directs all new reads and writes to the remaining members of the fault-tolerant volume. 2
Related Words for "wees":
External Machine Translations:
Images: