Summary
Dutch to Spanish:   more detail...
  1. benodigd:
  2. benodigen:
  3. Wiktionary:


Dutch

Detailed Translations for benodigd from Dutch to Spanish

benodigd:


Translation Matrix for benodigd:

NounRelated TranslationsOther Translations
esencial belangrijkste punt; hoofdpunt
ModifierRelated TranslationsOther Translations
elemental benodigd basis; cruciaal; elementair; essentieel; fundamenteel; noodzakelijk; onmisbaar; onontbeerlijk; vereist; wezenlijk
esencial benodigd belangrijk; cruciaal; daadwerkelijk; elementair; essentieel; feitelijk; fundamenteel; in feite; in werkelijkheid; kardinaal; noodzakelijk; noodzakelijkerwijs; onmisbaar; onontbeerlijk; van belang; vereist; voornaamst; werkelijk; wezenlijk
fundamental benodigd cruciaal; daadwerkelijk; door de behoefte vereist; elementair; essentieel; feitelijk; fundamentalistisch; fundamenteel; in feite; in werkelijkheid; kardinaal; nodig; noodzakelijk; onmisbaar; onontbeerlijk; principieel; tot grondslag dienend; vereist; voornaamst; werkelijk; wezenlijk
imprescindible benodigd broodnodig; cruciaal; door de behoefte vereist; elementair; essentieel; hard nodig; hoognodig; nodig; noodzakelijk; noodzakelijkerwijs; onmisbaar; onontbeerlijk; vereist; wezenlijk
necesario benodigd cruciaal; elementair; essentieel; noodzakelijk; noodzakelijkerwijs; vereist
substancial benodigd cruciaal; daadwerkelijk; door de behoefte vereist; elementair; essentieel; feitelijk; in feite; in werkelijkheid; nodig; noodzakelijk; onmisbaar; onontbeerlijk; vereist; werkelijk; wezenlijk

Wiktionary Translations for benodigd:


Cross Translation:
FromToVia
benodigd necesario nécessaire — Qui permet de réaliser une tâche.

benodigen:

benodigen verb (benodig, benodigt, benodigde, benodigden, benodigd)

  1. benodigen (nodig hebben; behoeven)

Conjugations for benodigen:

o.t.t.
  1. benodig
  2. benodigt
  3. benodigt
  4. benodigen
  5. benodigen
  6. benodigen
o.v.t.
  1. benodigde
  2. benodigde
  3. benodigde
  4. benodigden
  5. benodigden
  6. benodigden
v.t.t.
  1. heb benodigd
  2. hebt benodigd
  3. heeft benodigd
  4. hebben benodigd
  5. hebben benodigd
  6. hebben benodigd
v.v.t.
  1. had benodigd
  2. had benodigd
  3. had benodigd
  4. hadden benodigd
  5. hadden benodigd
  6. hadden benodigd
o.t.t.t.
  1. zal benodigen
  2. zult benodigen
  3. zal benodigen
  4. zullen benodigen
  5. zullen benodigen
  6. zullen benodigen
o.v.t.t.
  1. zou benodigen
  2. zou benodigen
  3. zou benodigen
  4. zouden benodigen
  5. zouden benodigen
  6. zouden benodigen
diversen
  1. benodig!
  2. benodigt!
  3. benodigd
  4. benodigend
1. ik, 2. je/jij, 3. hij/zij/het, 4. we. 5. jullie, 6. zij/ze

Translation Matrix for benodigen:

VerbRelated TranslationsOther Translations
necesitar behoeven; benodigen; nodig hebben
tener que behoeven; benodigen; nodig hebben believen; dienen; hoeven; moeten; verplicht zijn; willen; zullen

Wiktionary Translations for benodigen:

benodigen
verb
  1. nodig hebben

Cross Translation:
FromToVia
benodigen necesitar need — to have an absolute requirement for