Summary
Dutch to Spanish:   more detail...
  1. scheenbeen:
  2. Wiktionary:


Dutch

Detailed Translations for scheenbeen from Dutch to Spanish

scheenbeen:

scheenbeen [het ~] noun

  1. het scheenbeen
    la tibia; la canilla

Translation Matrix for scheenbeen:

NounRelated TranslationsOther Translations
canilla scheenbeen cilinder; filmspoel; klos waarop garen gewonden wordt; klosje; scheen; schieter; schietspoel; spoel; tube; uitspanning
tibia scheenbeen

Related Words for "scheenbeen":

  • scheenbenen

Wiktionary Translations for scheenbeen:

scheenbeen
noun
  1. anatomie|nld het voorste van beide bot in het onderbeen van de mens

Cross Translation:
FromToVia
scheenbeen tíbia SchienbeinAnatomie: einer der beiden Knochen des Unterschenkels
scheenbeen tibia shinbone — tibia
scheenbeen tibia tibia — bone of the leg