Summary
Dutch to Spanish:   more detail...
  1. uitwijzing:
  2. Wiktionary:


Dutch

Detailed Translations for uitwijzing from Dutch to Spanish

uitwijzing:

uitwijzing [de ~ (v)] noun

  1. de uitwijzing
    el exilio; la expansión; el destierro; la expulsión; la dilatación; el desahucio; el desalojamiento
  2. de uitwijzing
    la expulsión

Translation Matrix for uitwijzing:

NounRelated TranslationsOther Translations
desahucio uitwijzing huuropzegging; uitzetting uit een woning
desalojamiento uitwijzing verjaging
destierro uitwijzing ballingschap; ban; deportatie; kerkban; uitbanning; verbanning; verjaging
dilatación uitwijzing aangroei; aanwas; het groter worden; ontsluiten; ontsluiting; openlegging; uitdijen; uitdijing; uitzetten; vergroting; wijd worden
exilio uitwijzing ballingschap; deportatie; uitbanning; verbanning; verjaging
expansión uitwijzing aanbouw; aangroei; aanvulling; aanwas; aanwinst; expansie; explosie; groei; groter worden; stijging; toename; toeneming; uitbouw; uitbreiding; uitlegging; uitspreiding; uitzetting; verbreiding; vergroting; verhoging; vermedevuldigen; vermeerdering; versterking
expulsión uitwijzing ballingschap; deportatie; royement; schrapping; uitbanning; uitsluiting; uitstoot; uitstoting; verbanning; verjaging; verwijdering

Related Words for "uitwijzing":

  • uitwijzingen

Wiktionary Translations for uitwijzing:


Cross Translation:
FromToVia
uitwijzing expulsión expulsion — the act of expelling or the state of being expelled