Summary
Dutch to French:   more detail...
  1. afvaardiging:


Dutch

Detailed Translations for afvaardiging from Dutch to French

afvaardiging:

afvaardiging [de ~ (v)] noun

  1. de afvaardiging (delegatie; deputatie)
    la délégation; la députation; la legation

Translation Matrix for afvaardiging:

NounRelated TranslationsOther Translations
délégation afvaardiging; delegatie; deputatie afvaardigen; delegatie; delegeren; deputeren; licentie; mandaat; procuratie; vergunning; volmacht
députation afvaardiging; delegatie; deputatie afvaardigen; delegeren; deputeren
legation afvaardiging; delegatie; deputatie

Related Words for "afvaardiging":

  • afvaardigingen