Dutch

Detailed Translations for geschift from Dutch to French

geschift:

geschift adj

  1. geschift (knettergek; krankjorum; kierewiet; )
  2. geschift (gek; mesjogge; krankjorum; )
  3. geschift (krankjorum; mesjogge; getikt; )

Translation Matrix for geschift:

NounRelated TranslationsOther Translations
bête beest; dier; gedrocht; misbaksel; monster; mormel; wangedrocht; wanschepsel
cinglé debiel; flapdrol; gek; idioot; imbeciel; mafkees; mafketel; mafkikker; mallerd; malloot; pias; waanzinnige; zot; zottin
dingue debiel; flapdrol; gek; idioot; imbeciel; mafkees; mafketel; mafkikker; mallerd; malloot; pias; waanzinnige; zot; zottin
dément dolleman; geesteszieke; gek; gestoorde; krankzinnige; mafketel; waanzinnige
fou achterlijke; dolleman; dommerik; dwaas; geesteszieke; gek; gek iemand; geschifte; gestoorde; hansworst; hofnar; idioot; imbeciel; krankzinnige; kwast; kwibus; mafketel; nar; onbenul; onnozelaar; onnozele kerel; simpele ziel; waanzinnige; zot; zwakzinnige
idiot achterlijke; dolleman; dommerik; druiloor; dwaas; geesteszieke; gek; hansworst; hoerenjong; idioot; kalfskop; klojo; klootzak; krankzinnige; kuttenkop; kwast; kwibus; loeder; minkukel; nar; oen; onbenul; onnozelaar; onnozele; onnozele hals; onnozele kerel; pleurislijder; pleurislijer; ploert; rund; schaapskop; schapenkop; schoft; simpele ziel; smeerlap; stommeling; stommerd; stommerik; sufferd; sukkel; sul; uilenbal; uilskuiken; waanzinnige; zot
imbécile achterlijke; dolleman; dom gansje; dom wicht; domkop; domme gans; domme koe; dommerik; domoor; druiloor; dwaas; geesteszieke; gek; geschifte; hansworst; hufter; idioot; kalfskop; klojo; klootzak; krankzinnige; kwast; kwibus; leeghoofdje; minkukel; nar; oen; onbenul; onnozelaar; onnozele; onnozele hals; onnozele kerel; rasidioot; rund; schaapskop; schapenkop; simpele ziel; stommeling; stommerd; stommerik; sufferd; sufferdje; sukkel; sul; uilenbal; uilskuiken; waanzinnige; zot; zwakzinnige
sot achterlijke; dolleman; domkop; dommerik; domoor; domoren; druiloor; dwaas; freak; geesteszieke; gek; gestoorde; hansworst; idioot; imbeciel; kalfskop; krankzinnige; kwast; kwibus; mafketel; maniak; nar; oen; onbenul; onnozelaar; onnozele; onnozele hals; onnozele kerel; rund; schaapskop; schapenkop; simpele ziel; stommeling; stommerd; stommerik; sufferd; sufferdje; sukkel; sul; uilskuiken; waanzinnige; zot
toqué achterlijke; dolleman; dommerik; dwaas; geesteszieke; gek; geschifte; gestoorde; idioot; krankzinnige; mafketel; onbenul; onnozelaar; onnozele kerel; simpele ziel; waanzinnige; zwakzinnige
ModifierRelated TranslationsOther Translations
absurde achterlijk; gek; geschift; gestoord; getikt; hoorndol; idioot; idioterig; kierewiet; knots; krankjorum; krankzinnig; maf; mal; mesjogge; niet goed snik; stupide; zot absurd; belachelijk; bespottelijk; bovenmatig; buitengemeen; buitensporig; dwaas; eigenaardig; extreem; gek; lachwekkend; maf; mal; mateloos; nutteloos; ongerijmd; onzinnig; tomeloos; typisch; uitermate; vreemd; zinloos
bête achterlijk; gek; geschift; gestoord; getikt; hoorndol; idioot; idioterig; kierewiet; knots; krankjorum; krankzinnig; maf; mal; mesjogge; niet goed snik; stupide; zot argeloos; dom; dwaas; eigenaardig; gek; infantiel; leeghoofdig; maf; mal; naief; naïef; onbenullig; onnozel; onverstandig; overdreven kinderachtig; schaapachtig; stom; suf; typisch; uilachtig; vreemd
cinglé achterlijk; gek; geschift; gestoord; getikt; hoorndol; idioot; idioterig; kierewiet; knots; krankjorum; krankzinnig; maf; mal; mesjogge; niet goed snik; stupide; zot
complètement dingue geschift; getikt; hoorndol; kierewiet; knettergek; knots; krankjorum; niet goed snik
d'une manière imbécile achterlijk; gek; geschift; gestoord; getikt; hoorndol; idioot; idioterig; kierewiet; knots; krankjorum; krankzinnig; maf; mal; mesjogge; niet goed snik; stupide; zot
dingue achterlijk; gek; geschift; gestoord; getikt; hoorndol; idioot; idioterig; kierewiet; knettergek; knots; krankjorum; krankzinnig; maf; mal; mesjogge; niet goed snik; stupide; zot apart; bijzonder; bizar; buitenissig; curieus; doldwaas; dwaas; eigenaardig; excentriek; gek; maf; mal; merkwaardig; mesjokke; ongewoon; tureluurs; typisch; uitheems; vreemd; vreemdsoortig; zonderling
débile achterlijk; gek; geschift; gestoord; getikt; hoorndol; idioot; idioterig; kierewiet; knots; krankjorum; krankzinnig; maf; mal; mesjogge; niet goed snik; stupide; zot machteloos; onmachtig
délirant achterlijk; gek; geschift; gestoord; getikt; hoorndol; idioot; idioterig; kierewiet; knots; krankjorum; krankzinnig; maf; mal; mesjogge; niet goed snik; stupide; zot dwaas; eigenaardig; enorm; fabelachtig; fantastisch; gaaf; geestesziek; gek; gigantisch; krankzinnig; maf; mal; reuze; te gek; typisch; vreemd; waanzinnig; wijs
dément achterlijk; gek; geschift; gestoord; getikt; hoorndol; idioot; idioterig; kierewiet; knots; krankjorum; krankzinnig; maf; mal; mesjogge; niet goed snik; stupide; zot achterlijk; doldwaas; enorm; fabelachtig; fantastisch; gaaf; gigantisch; krankzinnig; reuze; te gek; waanzinnig; wijs; zwakzinnig
dérangé achterlijk; gek; geschift; gestoord; getikt; hoorndol; idioot; idioterig; kierewiet; knots; krankjorum; krankzinnig; maf; mal; mesjogge; niet goed snik; stupide; zot ongeordend; ongesystematiseerd; onordelijk; ordeloos; wanordelijk
effréné achterlijk; gek; geschift; gestoord; getikt; hoorndol; idioot; idioterig; kierewiet; knots; krankjorum; krankzinnig; maf; mal; mesjogge; niet goed snik; stupide; zot bandeloos; losbandig; ongebonden; ongebreideld; vrij
farfelu achterlijk; gek; geschift; gestoord; getikt; hoorndol; idioot; idioterig; kierewiet; knots; krankjorum; krankzinnig; maf; mal; mesjogge; niet goed snik; stupide; zot doldwaas
folle geschift; getikt; hoorndol; kierewiet; knots; krankjorum; maf; mal; mesjogge dwaas; eigenaardig; gek; idioot; maf; mal; onbezonnen; typisch; vreemd
follement achterlijk; gek; geschift; gestoord; getikt; hoorndol; idioot; idioterig; kierewiet; knots; krankjorum; krankzinnig; maf; mal; mesjogge; niet goed snik; stupide; zot dwaas; idioot; onbezonnen
fou achterlijk; gek; geschift; gestoord; getikt; hoorndol; idioot; idioterig; kierewiet; knettergek; knots; krankjorum; krankzinnig; maf; mal; mesjogge; niet goed snik; stupide; zot apart; bijzonder; bizar; buitenissig; curieus; doldwaas; dwaas; eigenaardig; enorm; excentriek; fabelachtig; fantastisch; gaaf; geestelijk gestoord; geestesziek; geflipt; gek; gigantisch; idioot; krankzinnig; maf; mal; merkwaardig; mesjokke; onbezonnen; ongewoon; onwijs; reuze; te gek; typisch; verlekkerd; vreemd; waanzinnig; wijs; zonderling
frénétique achterlijk; gek; geschift; gestoord; getikt; hoorndol; idioot; idioterig; kierewiet; knots; krankjorum; krankzinnig; maf; mal; mesjogge; niet goed snik; stupide; zot dwaas; eigenaardig; gek; maf; mal; ovationeel; typisch; vreemd
idiot achterlijk; gek; geschift; gestoord; getikt; hoorndol; idioot; idioterig; kierewiet; knots; krankjorum; krankzinnig; maf; mal; mesjogge; niet goed snik; stupide; zot dwaas; eigenaardig; geestesziek; gek; idioot; krankzinnig; maf; mal; oerdom; oliedom; onbezonnen; onwijs; typisch; uilachtig; vreemd; waanzinnig
idiotement achterlijk; gek; geschift; gestoord; getikt; hoorndol; idioot; idioterig; kierewiet; knots; krankjorum; krankzinnig; maf; mal; mesjogge; niet goed snik; stupide; zot dwaas; eigenaardig; gek; idioot; maf; mal; typisch; vreemd
imbécile achterlijk; gek; geschift; gestoord; getikt; hoorndol; idioot; idioterig; kierewiet; knots; krankjorum; krankzinnig; maf; mal; mesjogge; niet goed snik; stupide; zot achtergebleven; achterlijk; debiel; dement; dwaas; gek; idioot; imbeciel; leeghoofdig; maf; onbenullig; onnozel; zwakzinnig
loufoque achterlijk; gek; geschift; gestoord; getikt; hoorndol; idioot; idioterig; kierewiet; knots; krankjorum; krankzinnig; maf; mal; mesjogge; niet goed snik; stupide; zot
perturbé achterlijk; gek; geschift; gestoord; getikt; hoorndol; idioot; idioterig; kierewiet; knots; krankjorum; krankzinnig; maf; mal; mesjogge; niet goed snik; stupide; zot
sot achterlijk; gek; geschift; gestoord; getikt; hoorndol; idioot; idioterig; kierewiet; knots; krankjorum; krankzinnig; maf; mal; mesjogge; niet goed snik; stupide; zot absurd; apart; belachelijk; bespottelijk; bijzonder; bizar; buitenissig; curieus; dwaas; eigenaardig; excentriek; geestelijk gestoord; geestesziek; gek; grappig; humoristisch; idioot; kluchtig; koddig; komiek; komisch; krankzinnig; lachwekkend; leeghoofdig; leuk; maf; mal; merkwaardig; onbenullig; onbezonnen; ongewoon; onnozel; onwijs; typisch; vreemd; waanzinnig; zonderling
sottement achterlijk; gek; geschift; gestoord; getikt; hoorndol; idioot; idioterig; kierewiet; knots; krankjorum; krankzinnig; maf; mal; mesjogge; niet goed snik; stupide; zot absurd; belachelijk; bespottelijk; dwaas; eigenaardig; geestelijk gestoord; gek; grappig; humoristisch; idioot; kluchtig; koddig; komiek; komisch; lachwekkend; leeghoofdig; leuk; maf; mal; onbenullig; onbezonnen; onnozel; typisch; vreemd
stupide achterlijk; gek; geschift; gestoord; getikt; hoorndol; idioot; idioterig; kierewiet; knots; krankjorum; krankzinnig; maf; mal; mesjogge; niet goed snik; stupide; zot achterlijk; afgestompt; breinloos; dom; dwaas; eigenaardig; geesteloos; gek; hersenloos; idioot; leeghoofdig; maf; mal; onbenullig; onnozel; onverstandig; stom; stompzinnig; stupide; suf; typisch; verstandeloos; vreemd
toqué achterlijk; gek; geschift; gestoord; getikt; hoorndol; idioot; idioterig; kierewiet; knettergek; knots; krankjorum; krankzinnig; maf; mal; mesjogge; niet goed snik; stupide; zot dwaas; eigenaardig; gek; maf; mal; typisch; vreemd
troublé achterlijk; gek; geschift; gestoord; getikt; hoorndol; idioot; idioterig; kierewiet; knots; krankjorum; krankzinnig; maf; mal; mesjogge; niet goed snik; stupide; zot getroffen; onthutst; ontsteld; paf; perplex

Related Words for "geschift":


Wiktionary Translations for geschift:


Cross Translation:
FromToVia
geschift bourré; fada; timbré loopy — Idiotic, crazy or drunk

geschift form of schiften:

schiften verb (schift, schiftte, schiftten, geschift)

  1. schiften (sorteren; rangeren; uitzoeken; ordenen)
    trier; classer; arranger; sélectionner; repartir; séparer; passer les vitesses; enchaîner; coupler
    • trier verb (trie, tries, trions, triez, )
    • classer verb (classe, classes, classons, classez, )
    • arranger verb (arrange, arranges, arrangeons, arrangez, )
    • sélectionner verb (sélectionne, sélectionnes, sélectionnons, sélectionnez, )
    • repartir verb (repars, repart, repartons, repartez, )
    • séparer verb (sépare, sépares, séparons, séparez, )
    • enchaîner verb (enchaîne, enchaînes, enchaînons, enchaînez, )
    • coupler verb (couple, couples, couplons, couplez, )
  2. schiften (selecteren; kiezen; uitzoeken; )
    choisir; sélectionner; élire; préférer; opter pour; prendre
    • choisir verb (choisis, choisit, choisissons, choisissez, )
    • sélectionner verb (sélectionne, sélectionnes, sélectionnons, sélectionnez, )
    • élire verb (élis, élit, élisons, élisez, )
    • préférer verb (préfère, préfères, préférons, préférez, )
    • opter pour verb
    • prendre verb (prends, prend, prenons, prenez, )
  3. schiften (verzuren; zuur worden)
    aigrir; acidifier; gâcher; surir; devenir aigre; aciduler; s'aigrir; s'acidifier; rendre aigre
    • aigrir verb (aigris, aigrit, aigrissons, aigrissez, )
    • acidifier verb (acidifie, acidifies, acidifions, acidifiez, )
    • gâcher verb (gâche, gâches, gâchons, gâchez, )
    • surir verb (suris, surit, surissons, surissez, )
    • aciduler verb (acidule, acidules, acidulons, acidulez, )
    • s'aigrir verb

Conjugations for schiften:

o.t.t.
  1. schift
  2. schift
  3. schift
  4. schiften
  5. schiften
  6. schiften
o.v.t.
  1. schiftte
  2. schiftte
  3. schiftte
  4. schiftten
  5. schiftten
  6. schiftten
v.t.t.
  1. heb geschift
  2. hebt geschift
  3. heeft geschift
  4. hebben geschift
  5. hebben geschift
  6. hebben geschift
v.v.t.
  1. had geschift
  2. had geschift
  3. had geschift
  4. hadden geschift
  5. hadden geschift
  6. hadden geschift
o.t.t.t.
  1. zal schiften
  2. zult schiften
  3. zal schiften
  4. zullen schiften
  5. zullen schiften
  6. zullen schiften
o.v.t.t.
  1. zou schiften
  2. zou schiften
  3. zou schiften
  4. zouden schiften
  5. zouden schiften
  6. zouden schiften
en verder
  1. ben geschift
  2. bent geschift
  3. is geschift
  4. zijn geschift
  5. zijn geschift
  6. zijn geschift
diversen
  1. schift!
  2. schift!
  3. geschift
  4. schiftend
1. ik, 2. je/jij, 3. hij/zij/het, 4. we. 5. jullie, 6. zij/ze

Translation Matrix for schiften:

VerbRelated TranslationsOther Translations
acidifier schiften; verzuren; zuur worden aanzuren; doen verzuren; zuur maken; zuurder maken
aciduler schiften; verzuren; zuur worden
aigrir schiften; verzuren; zuur worden bitter worden; doen verzuren; iets vergallen; verbitteren; verbolgen worden; vergrammen; verknoeien; zuur maken
arranger ordenen; rangeren; schiften; sorteren; uitzoeken afspreken; arrangeren; bedisselen; bijleggen; coördineren; effenen; egaliseren; fatsoeneren; fiksen; flikken; goedmaken; groeperen; herstellen; iets op touw zetten; in goede staat brengen; in orde brengen; in orde maken; indelen; inrichten; installeren; instrumenteren; klaarspelen; opkalefateren; opknappen; oplappen; opvijzelen; ordenen; orkestreren; rangordenen; rangschikken; regelen; renoveren; ruzie afsluiten; schikken; systematiseren; vereffenen; vlijen; voor elkaar krijgen
choisir kiezen; schiften; selecteren; selectie toepassen; uitkiezen; uitpikken; uitzoeken; ziften opteren; selectie toepassen; uitverkiezen; verkiezen
classer ordenen; rangeren; schiften; sorteren; uitzoeken afzien van rechtsvervolging; arrangeren; classificeren; ficheren; groeperen; indelen; klasseren; ordenen; rangordenen; rangschikken; rubriceren; seponeren; systematiseren
coupler ordenen; rangeren; schiften; sorteren; uitzoeken
devenir aigre schiften; verzuren; zuur worden
enchaîner ordenen; rangeren; schiften; sorteren; uitzoeken aaneenschakelen; aanhouden; arresteren; binden; boeien; fascineren; gevangennemen; gijzelen; handboeien omdoen; in de boeien slaan; inrekenen; intrigeren; ketenen; kluisteren; koppelen; oppakken; paren; samenvoegen; vastketenen; vastkluisteren; vastleggen; verbinden
gâcher schiften; verzuren; zuur worden aanklooien; aanrommelen; aanrotzooien; bederven; corrumperen; klooien; klungelen; klunzen; knoeien; ontbinden; prutsen; rotten; rotzooien; scharrelen; stukmaken; stuntelen; verboemelen; verbrassen; verbroddelen; verderven; verdoen; vergaan; vergallen; verklungelen; verknallen; verknoeien; verkopen; verkwanselen; verkwisten; verloederen; verpesten; verprutsen; verrotten; verslonzen; verspillen; verteren; verzieken; wegrotten
opter pour kiezen; schiften; selecteren; selectie toepassen; uitkiezen; uitpikken; uitzoeken; ziften selectie toepassen; uitverkiezen; verkiezen
passer les vitesses ordenen; rangeren; schiften; sorteren; uitzoeken naar een andere versnelling overgaan; schakelen
prendre kiezen; schiften; selecteren; selectie toepassen; uitkiezen; uitpikken; uitzoeken; ziften aangaan; aanhouden; aanklampen; aannemen; aanpakken; aanvaarden; aanvangen; aanwerven; aanwrijven; absorberen; accepteren; achteroverdrukken; afhalen; afhalen en meenemen; afnemen; arresteren; beetgrijpen; beetnemen; beetpakken; beginnen; benemen; beroven van; beschuldigen; bevangen; bezetten; bezigen; binden; blameren; boeien; buitmaken; cadeau aannemen; depriveren; eigen maken; fascineren; gappen; gebruik maken van; gebruiken; gevangennemen; graaien; grijpen; grissen; hanteren; iemand iets aanrekenen; iemand iets verwijten; iets bemachtigen; iets halen; in ontvangst nemen; ingrijpen; inpikken; inrekenen; intrigeren; jatten; kapen; ketenen; klauwen; kluisteren; kopen; kwalijk nemen; laken; leegstelen; meenemen; nadragen; nemen; ondernemen; ontfutselen; ontnemen; ontoegankelijk maken; ontvangen; ontvreemden; ophalen; opnemen; oppakken; oppikken; oprapen; opslorpen; opslurpen; opsnappen; pakken; pikken; plunderen; rekruteren; roven; snaaien; starten; stelen; te kort doen; te pakken krijgen; toegrijpen; toetasten; toeëigenen; van start gaan; vangen; vastgrijpen; vastklampen; vastnemen; vastpakken; vatten; verdonkeremanen; verdonkeren; verduisteren; verkrijgen; veroveren; verstrikken; vervreemden; verwerven; voor de voeten gooien; weghalen; wegkapen; wegnemen; wegpakken; wegpikken; werven; zich bedienen
préférer kiezen; schiften; selecteren; selectie toepassen; uitkiezen; uitpikken; uitzoeken; ziften prefereren; selectie toepassen; uitverkiezen; verkiezen
rendre aigre schiften; verzuren; zuur worden doen verzuren; zuur maken
repartir ordenen; rangeren; schiften; sorteren; uitzoeken arrangeren; ficheren; groeperen; indelen; ordenen; systematiseren
s'acidifier schiften; verzuren; zuur worden aanzuren; doen verzuren; zuur maken; zuurder maken
s'aigrir schiften; verzuren; zuur worden doen verzuren; zuur maken
surir schiften; verzuren; zuur worden
sélectionner kiezen; ordenen; rangeren; schiften; selecteren; selectie toepassen; sorteren; uitkiezen; uitpikken; uitzoeken; ziften doorzijgen; filteren; filtreren; selecteren; selectie toepassen; uitverkiezen; verkiezen; zeven; ziften
séparer ordenen; rangeren; schiften; sorteren; uitzoeken afbreken; afrukken; afscheiden; afscheuren; afsplijten; afsplitsen; afzonderen; apart zetten; breken; delen; doorzijgen; filteren; filtreren; hamsteren; isoleren; loskoppelen; neerhalen; omverhalen; opdelen; oppotten; opsplitsen; opzij leggen; potten; scheiden; separeren; slopen; splitsen; uit elkaar gaan; uit elkaar halen; uit elkaar plaatsen; uiteengaan; uiteenplaatsen; uiteenzetten; uitsplitsen; van elkaar gaan; zeven; ziften
trier ordenen; rangeren; schiften; sorteren; uitzoeken doorzijgen; filteren; filtreren; sorteren; zeven; ziften
élire kiezen; schiften; selecteren; selectie toepassen; uitkiezen; uitpikken; uitzoeken; ziften selectie toepassen; uitverkiezen; verkiezen
Not SpecifiedRelated TranslationsOther Translations
choisir kiezen

Wiktionary Translations for schiften:

schiften
verb
  1. désunir des parties d’un même tout qui étaient joindre.
  2. séparer ce que l'on souhaite garder et ce que l'on souhaite jeter.

Cross Translation:
FromToVia
schiften séparer separate — divide itself into separate pieces or substances

External Machine Translations: