Summary
Dutch to French:   more detail...
  1. kastjes:
  2. kastje:


Dutch

Detailed Translations for kastjes from Dutch to French

kastjes:

kastjes [znw.] noun

  1. kastjes (kabinetjes)

Translation Matrix for kastjes:

NounRelated TranslationsOther Translations
petites armoires kabinetjes; kastjes kabinetten; kasten

Related Words for "kastjes":


kastje:

kastje [het ~] noun

  1. het kastje (kast; kabinetje)
    la petite armoire; la commode

Translation Matrix for kastje:

NounRelated TranslationsOther Translations
commode kabinetje; kast; kastje commode; ladekast; latafel
petite armoire kabinetje; kast; kastje
ModifierRelated TranslationsOther Translations
commode aangenaam; bruikbare; comfortabel; eenvoudig; gemakkelijk; geriefelijk; gerieflijk; in een handomdraai; licht; makkelijk; moeiteloos; niet moeilijk; nuttig; practisch; simpel; vanzelf; zonder moeite

Related Words for "kastje":