Summary
Dutch to French:   more detail...
  1. ruw worden:


Dutch

Detailed Translations for ruw worden from Dutch to French

ruw worden:

ruw worden verb (word ruw, wordt ruw, werd ruw, werden ruw, ruw geworden)

  1. ruw worden (verruwen)
    abrutir
    • abrutir verb (abrutis, abrutit, abrutissons, abrutissez, )

Conjugations for ruw worden:

o.t.t.
  1. word ruw
  2. wordt ruw
  3. wordt ruw
  4. worden ruw
  5. worden ruw
  6. worden ruw
o.v.t.
  1. werd ruw
  2. werd ruw
  3. werd ruw
  4. werden ruw
  5. werden ruw
  6. werden ruw
v.t.t.
  1. ben ruw geworden
  2. bent ruw geworden
  3. is ruw geworden
  4. zijn ruw geworden
  5. zijn ruw geworden
  6. zijn ruw geworden
v.v.t.
  1. was ruw geworden
  2. was ruw geworden
  3. was ruw geworden
  4. waren ruw geworden
  5. waren ruw geworden
  6. waren ruw geworden
o.t.t.t.
  1. zal ruw worden
  2. zult ruw worden
  3. zal ruw worden
  4. zullen ruw worden
  5. zullen ruw worden
  6. zullen ruw worden
o.v.t.t.
  1. zou ruw worden
  2. zou ruw worden
  3. zou ruw worden
  4. zouden ruw worden
  5. zouden ruw worden
  6. zouden ruw worden
diversen
  1. word ruw!
  2. wordt ruw!
  3. ruw geworden
  4. ruw wordend
1. ik, 2. je/jij, 3. hij/zij/het, 4. we. 5. jullie, 6. zij/ze

Translation Matrix for ruw worden:

VerbRelated TranslationsOther Translations
abrutir ruw worden; verruwen afstompen; vervlakken

Related Translations for ruw worden