Summary
Dutch to French:   more detail...
  1. streek uithalen:


Dutch

Detailed Translations for streek uithalen from Dutch to French

streek uithalen:

streek uithalen verb (haal streek uit, haalt streek uit, haalde streek uit, haalden streek uit, streek uitgehaald)

  1. streek uithalen (malligheid uithalen; een poets bakken; dollen; )
    blaguer; faire le fou; badiner; jouer un tour à; batifoler; folâtrer
    • blaguer verb (blague, blagues, blaguons, blaguez, )
    • badiner verb (badine, badines, badinons, badinez, )
    • batifoler verb (batifole, batifoles, batifolons, batifolez, )
    • folâtrer verb (folâtre, folâtres, folâtrons, folâtrez, )

Conjugations for streek uithalen:

o.t.t.
  1. haal streek uit
  2. haalt streek uit
  3. haalt streek uit
  4. halen streek uit
  5. halen streek uit
  6. halen streek uit
o.v.t.
  1. haalde streek uit
  2. haalde streek uit
  3. haalde streek uit
  4. haalden streek uit
  5. haalden streek uit
  6. haalden streek uit
v.t.t.
  1. heb streek uitgehaald
  2. hebt streek uitgehaald
  3. heeft streek uitgehaald
  4. hebben streek uitgehaald
  5. hebben streek uitgehaald
  6. hebben streek uitgehaald
v.v.t.
  1. had streek uitgehaald
  2. had streek uitgehaald
  3. had streek uitgehaald
  4. hadden streek uitgehaald
  5. hadden streek uitgehaald
  6. hadden streek uitgehaald
o.t.t.t.
  1. zal streek uithalen
  2. zult streek uithalen
  3. zal streek uithalen
  4. zullen streek uithalen
  5. zullen streek uithalen
  6. zullen streek uithalen
o.v.t.t.
  1. zou streek uithalen
  2. zou streek uithalen
  3. zou streek uithalen
  4. zouden streek uithalen
  5. zouden streek uithalen
  6. zouden streek uithalen
en verder
  1. ben streek uitgehaald
  2. bent streek uitgehaald
  3. is streek uitgehaald
  4. zijn streek uitgehaald
  5. zijn streek uitgehaald
  6. zijn streek uitgehaald
diversen
  1. haal streek uit!
  2. haalt streek uit!
  3. streek uitgehaald
  4. streek uithalend
1. ik, 2. je/jij, 3. hij/zij/het, 4. we. 5. jullie, 6. zij/ze

Translation Matrix for streek uithalen:

VerbRelated TranslationsOther Translations
badiner dollen; een poets bakken; gekheid uithalen; gekscheren; grappen; malligheid uithalen; schertsen; streek uithalen badineren
batifoler dollen; een poets bakken; gekheid uithalen; gekscheren; grappen; malligheid uithalen; schertsen; streek uithalen dollen; ravotten; robbedoezen; stoeien; wild rennen; wild spelen; zich uitleven
blaguer dollen; een poets bakken; gekheid uithalen; gekscheren; grappen; malligheid uithalen; schertsen; streek uithalen foppen; in de maling nemen; te pakken nemen; voor de gek houden; wegpesten
faire le fou dollen; een poets bakken; gekheid uithalen; gekscheren; grappen; malligheid uithalen; schertsen; streek uithalen
folâtrer dollen; een poets bakken; gekheid uithalen; gekscheren; grappen; malligheid uithalen; schertsen; streek uithalen dollen; ravotten; robbedoezen; stoeien; wild rennen; wild spelen; zich uitleven
jouer un tour à dollen; een poets bakken; gekheid uithalen; gekscheren; grappen; malligheid uithalen; schertsen; streek uithalen beetnemen; foppen

Related Translations for streek uithalen