Summary
Dutch to French:   more detail...
  1. tussenlassen:


Dutch

Detailed Translations for tussenlassen from Dutch to French

tussenlassen:

tussenlassen verb (las tussen, last tussen, laste tussen, lasten tussen, tussengelast)

  1. tussenlassen
    intercaler; interpoler; mettre au milieu
    • intercaler verb (intercale, intercales, intercalons, intercalez, )
    • interpoler verb (interpole, interpoles, interpolons, interpolez, )

Conjugations for tussenlassen:

o.t.t.
  1. las tussen
  2. last tussen
  3. last tussen
  4. lassen tussen
  5. lassen tussen
  6. lassen tussen
o.v.t.
  1. laste tussen
  2. laste tussen
  3. laste tussen
  4. lasten tussen
  5. lasten tussen
  6. lasten tussen
v.t.t.
  1. heb tussengelast
  2. hebt tussengelast
  3. heeft tussengelast
  4. hebben tussengelast
  5. hebben tussengelast
  6. hebben tussengelast
v.v.t.
  1. had tussengelast
  2. had tussengelast
  3. had tussengelast
  4. hadden tussengelast
  5. hadden tussengelast
  6. hadden tussengelast
o.t.t.t.
  1. zal tussenlassen
  2. zult tussenlassen
  3. zal tussenlassen
  4. zullen tussenlassen
  5. zullen tussenlassen
  6. zullen tussenlassen
o.v.t.t.
  1. zou tussenlassen
  2. zou tussenlassen
  3. zou tussenlassen
  4. zouden tussenlassen
  5. zouden tussenlassen
  6. zouden tussenlassen
en verder
  1. ben tussengelast
  2. bent tussengelast
  3. is tussengelast
  4. zijn tussengelast
  5. zijn tussengelast
  6. zijn tussengelast
diversen
  1. las tussen!
  2. last tussen!
  3. tussengelast
  4. tussenlassend
1. ik, 2. je/jij, 3. hij/zij/het, 4. we. 5. jullie, 6. zij/ze

Translation Matrix for tussenlassen:

VerbRelated TranslationsOther Translations
intercaler tussenlassen inbrengen; inlassen; inleggen; inpassen; invoegen; passen in; tussen zetten; tussenleggen
interpoler tussenlassen
mettre au milieu tussenlassen