Summary


Swedish

Detailed Translations for dun from Swedish to Dutch

dun:

dun [-ett] noun

  1. dun (ludd; fjun)
    de kapok
  2. dun (fjun; ludd)
    de heisa; de toestand
  3. dun (ludd)
    het pluisje

Translation Matrix for dun:

NounRelated TranslationsOther Translations
heisa dun; fjun; ludd bråk; krakel; tjafs
kapok dun; fjun; ludd kapock
pluisje dun; ludd
toestand dun; fjun; ludd anställning; beskaffenhet; kondition; omständighet; position; situation; skick; tillstånd
Not SpecifiedRelated TranslationsOther Translations
toestand tillstånd

Wiktionary Translations for dun:


Cross Translation:
FromToVia
dun dons down — soft, immature feathers
dun zwerm; school; klucht Schwarm — Verband von Tieren, die sich gemeinsam schwimmend oder fliegend fortbewegen
dun dons; nesthaar; waas duvet — Sorte de plume courte, molle et frisée, qui pousser la premier sur le corps des oiseaux et est particulièrement fournie chez les cygnes et les oies.

DUN:


Translation Matrix for DUN:

Not SpecifiedRelated TranslationsOther Translations
DUN DUN; Dial-Up Networking
Inbelnetwerk DUN; Dial-Up Networking



Dutch

Detailed Translations for dun from Dutch to Swedish

dun:


Translation Matrix for dun:

NounRelated TranslationsOther Translations
smalt engte; nauwte
AdjectiveRelated TranslationsOther Translations
- mager
OtherRelated TranslationsOther Translations
litet 'n beetje; enig; wat
ModifierRelated TranslationsOther Translations
gles dun; ijl; van geringe dichtheid
glest dun; ijl; van geringe dichtheid
liten dun; fijn; fijngebouwd; rank; slank; tenger gering; klein; luttel; miniem; minimaal; minste; ondermaats; van geringe afmeting; weinig
litet dun; fijn; fijngebouwd; rank; slank; tenger gering; in geringe mate; klein; lichtelijk; luttel; miniem; minimaal; minste; ondermaats; van geringe afmeting; weinig
mager dun; geen vet op de botten hebbende; iel; mager; schraal; schriel halfvet; laagcalorisch; mager; vellerig; vetarm
magert dun; geen vet op de botten hebbende; iel; mager; schraal; schriel halfvet; laagcalorisch; mager; spichtig; sprieterig; tenger; vellerig; vetarm
rart dun; ijl; van geringe dichtheid
skinntorrt dun; geen vet op de botten hebbende; iel; mager; schraal; schriel
smalt dun; fijn; fijngebouwd; rank; slank; tenger eng; knokig; mager; nauw; opvliegend; scharminkelig; smal; smalletjes; spichtig; sprieterig; tenger; van geringe breedte
sällspord dun; ijl; van geringe dichtheid
sällsport dun; ijl; van geringe dichtheid
sällsynt dun; ijl; van geringe dichtheid apart; buitenissig; excentriek; extravagant; ongemeen; ongewoon; raar; schaars; typisch; uitzonderlijk; uniek; vreemd; zelden; zeldzaam
tunt dun; geen vet op de botten hebbende; iel; ijl; mager; schraal; schriel; van geringe dichtheid
utmärglad dun; geen vet op de botten hebbende; iel; mager; schraal; schriel ingevallen
utmärglat dun; geen vet op de botten hebbende; iel; mager; schraal; schriel vermagerd

Related Words for "dun":


Synonyms for "dun":


Antonyms for "dun":


Related Definitions for "dun":

  1. heel vloeibaar1
    • wat is die soep dun!1
  2. met veel tussenruimte1
    • je haar wordt al erg dun, jongen!1
  3. met een kleine breedte of omvang1
    • zij heeft dunne vingers1

Wiktionary Translations for dun:


Cross Translation:
FromToVia
dun tunn dünn — von geringer Dicke
dun tunn; gles dünnwenig ausmachend, von geringem Ausmaß

DUN:


Translation Matrix for DUN:

Not SpecifiedRelated TranslationsOther Translations
DUN DUN; Inbelnetwerk
Dial-Up Networking DUN; Inbelnetwerk

dun form of dunnen:

dunnen verb (dun, dunt, dunde, dunden, gedund)

  1. dunnen (minder talrijk maken; decimeren)
    decimera; minska i antal; tunna ut
    • decimera verb (decimerar, decimerade, decimerat)
    • minska i antal verb (minskar i antal, minskade i antal, minskat i antal)
    • tunna ut verb (tunnar ut, tunnade ut, tunnat ut)

Conjugations for dunnen:

o.t.t.
  1. dun
  2. dunt
  3. dunt
  4. dunnen
  5. dunnen
  6. dunnen
o.v.t.
  1. dunde
  2. dunde
  3. dunde
  4. dunden
  5. dunden
  6. dunden
v.t.t.
  1. ben gedund
  2. bent gedund
  3. is gedund
  4. zijn gedund
  5. zijn gedund
  6. zijn gedund
v.v.t.
  1. was gedund
  2. was gedund
  3. was gedund
  4. waren gedund
  5. waren gedund
  6. waren gedund
o.t.t.t.
  1. zal dunnen
  2. zult dunnen
  3. zal dunnen
  4. zullen dunnen
  5. zullen dunnen
  6. zullen dunnen
o.v.t.t.
  1. zou dunnen
  2. zou dunnen
  3. zou dunnen
  4. zouden dunnen
  5. zouden dunnen
  6. zouden dunnen
diversen
  1. dun!
  2. dunt!
  3. gedund
  4. dunnend
1. ik, 2. je/jij, 3. hij/zij/het, 4. we. 5. jullie, 6. zij/ze

Translation Matrix for dunnen:

VerbRelated TranslationsOther Translations
decimera decimeren; dunnen; minder talrijk maken
minska i antal decimeren; dunnen; minder talrijk maken
tunna ut decimeren; dunnen; minder talrijk maken uitdunnen; wegkappen

Related Translations for dun