Summary
Dutch to English:   more detail...
  1. rooster:
  2. roosteren:
  3. Wiktionary:


Dutch

Detailed Translations for rooster from Dutch to English

rooster:

rooster [de ~ (m)] noun

  1. de rooster (tijdsindeling)
    the roster; the timetable
  2. de rooster (raster; rasterwerk; rastering)
    the lattice; the grate; the trellis work; the sive; the screen; the lattice-works
  3. de rooster (dienstrooster; dienstregeling)
    the duty-roster
  4. de rooster (lesrooster)
    the school schedule; the timetable
  5. de rooster (braadrooster)
    the roaster; the grill

rooster

  1. rooster
    the timesheet
    – A record of an employee's work hours for one week. 1

Translation Matrix for rooster:

NounRelated TranslationsOther Translations
duty-roster dienstregeling; dienstrooster; rooster
grate raster; rastering; rasterwerk; rooster
grill braadrooster; rooster grill; grilloven
lattice raster; rastering; rasterwerk; rooster spijlen; traliewerk; traliën
lattice-works raster; rastering; rasterwerk; rooster schutting
roaster braadrooster; rooster grill
roster rooster; tijdsindeling
school schedule lesrooster; rooster
screen raster; rastering; rasterwerk; rooster beeldscherm; kamerscherm; monitor; projectiescherm; scherm
sive raster; rastering; rasterwerk; rooster
timesheet rooster
timetable lesrooster; rooster; tijdsindeling dienstregeling; spoorboekje; tijdschema
trellis work raster; rastering; rasterwerk; rooster afrastering; omheining; omrastering; schutting
VerbRelated TranslationsOther Translations
grate afkrabben; knarsen; krassen; raspen; schaven; schrapen; schrappen; schuren; traliën; zich krabben
grill braden
screen afschotten; afschutten

Related Words for "rooster":


Wiktionary Translations for rooster:

rooster
noun
  1. een structuur met translatiesymmetrie, gewoonlijk in drie dimensies
rooster
noun
  1. a regular spacing or arrangement of geometric points
  2. a horizontal metal grille
  3. a list of names

roosteren:

roosteren verb (rooster, roostert, roosterde, roosterden, geroosterd)

  1. roosteren (barbecuen; grillen; grilleren)
    to barbecue
    • barbecue verb (barbecues, barbecued, barbecueing)

Conjugations for roosteren:

o.t.t.
  1. rooster
  2. roostert
  3. roostert
  4. roosteren
  5. roosteren
  6. roosteren
o.v.t.
  1. roosterde
  2. roosterde
  3. roosterde
  4. roosterden
  5. roosterden
  6. roosterden
v.t.t.
  1. heb geroosterd
  2. hebt geroosterd
  3. heeft geroosterd
  4. hebben geroosterd
  5. hebben geroosterd
  6. hebben geroosterd
v.v.t.
  1. had geroosterd
  2. had geroosterd
  3. had geroosterd
  4. hadden geroosterd
  5. hadden geroosterd
  6. hadden geroosterd
o.t.t.t.
  1. zal roosteren
  2. zult roosteren
  3. zal roosteren
  4. zullen roosteren
  5. zullen roosteren
  6. zullen roosteren
o.v.t.t.
  1. zou roosteren
  2. zou roosteren
  3. zou roosteren
  4. zouden roosteren
  5. zouden roosteren
  6. zouden roosteren
en verder
  1. is geroosterd
  2. zijn geroosterd
diversen
  1. rooster!
  2. roostert!
  3. geroosterd
  4. roosterend
1. ik, 2. je/jij, 3. hij/zij/het, 4. we. 5. jullie, 6. zij/ze

Translation Matrix for roosteren:

NounRelated TranslationsOther Translations
barbecue barbecue
VerbRelated TranslationsOther Translations
barbecue barbecuen; grillen; grilleren; roosteren

Related Words for "roosteren":


Wiktionary Translations for roosteren:

roosteren
verb
  1. in de gloed van een vuur of andere warmtebron gaar laten worden
roosteren
verb
  1. to cook food by heating in an oven or fire
  2. to process by drying trough heat-exposure
  3. to lightly cook by browning over fire
  4. to lightly cook in a kitchen appliance
  5. to subject to intense heat

Cross Translation:
FromToVia
roosteren roast; toast grillersupplicier par le feu.
roosteren roast; toast rôtir — Faire cuire de la viande à un feu vif, de manière que le dessus soit croustillant et que l’intérieur reste tendre.

Related Translations for rooster