Summary
Dutch to Swedish:   more detail...
  1. bediscussiëren:
  2. Wiktionary:


Dutch

Detailed Translations for bediscussiëren from Dutch to Swedish

bediscussiëren:

bediscussiëren verb

  1. bediscussiëren (bespreken; doorspreken; praten over; bepraten; doorpraten)
    prata igenom; diskutera; tala om; kommentera
    • prata igenom verb (pratar igenom, pratade igenom, pratat igenom)
    • diskutera verb (diskuterar, diskuterade, diskuterat)
    • tala om verb (talar om, talade om, talat om)
    • kommentera verb (kommenterar, kommenterade, kommenterat)

Translation Matrix for bediscussiëren:

NounRelated TranslationsOther Translations
diskutera bespreken; spreken over
kommentera aanmerking; bemerking; opmerking; rapport; reportage; verhaal; verslag; weergave
tala om bespreken; spreken over
VerbRelated TranslationsOther Translations
diskutera bediscussiëren; bepraten; bespreken; doorpraten; doorspreken; praten over argumenteren; beredeneren; converseren; debatteren; discussiëren; disputeren; doordiscussiëren; onderwerp behandelen; praten; redeneren; redetwisten; spreken; spreken over; twisten
kommentera bediscussiëren; bepraten; bespreken; doorpraten; doorspreken; praten over aanmerking maken; annoteren; becommentariëren; commentaar geven; commentariëren; van commentaar voorzien
prata igenom bediscussiëren; bepraten; bespreken; doorpraten; doorspreken; praten over doorspreken; overleg voeren
tala om bediscussiëren; bepraten; bespreken; doorpraten; doorspreken; praten over babbelen; erbij zeggen; gewag maken van; gewagen; kakelen; klappen; kletsen; kwebbelen; kwekken; kwetteren; melding maken van; noemen; onderwerp behandelen; praten; snateren; spreken; spreken over; vermelden; wauwelen; zwammen

Wiktionary Translations for bediscussiëren:


Cross Translation:
FromToVia
bediscussiëren diskutera discuss — to converse or debate concerning a particular topic