Summary
Dutch to Swedish:   more detail...
  1. geklaag:


Dutch

Detailed Translations for geklaag from Dutch to Swedish

geklaag:

geklaag [het ~] noun

  1. het geklaag (gelamenteer; gejammer)
  2. het geklaag (gekanker; gemekker)
    klagande

Translation Matrix for geklaag:

NounRelated TranslationsOther Translations
jämmrande gejammer; geklaag; gelamenteer
klagande gekanker; geklaag; gemekker beklag; gebrom; gemopper; jammerklacht; klacht indienen; smekeling; weeklacht
ModifierRelated TranslationsOther Translations
klagande beklagend; brommerig; jammerend; jeremiërend; klaaglijk; klagelijk; klagend; lamenterend; mopperig; negatief; rouwig; treurig; verdrietig; weeklagend; zeurderig