Summary
Dutch to Swedish:   more detail...
  1. insnijding:


Dutch

Detailed Translations for insnijding from Dutch to Swedish

insnijding:

insnijding [de ~ (v)] noun

  1. de insnijding (inkeping; jaap; snede; snee)
  2. de insnijding (split)
    reva; skåra; rämna

Translation Matrix for insnijding:

NounRelated TranslationsOther Translations
inskuren inkeping; insnijding; jaap; snede; snee
reva insnijding; split
rämna insnijding; split bres; gat; kiertje; opening
skåra insnijding; split hak; houw; inkeping; inkerving; keep; kepen; kerf; kerfsnede; slag met een scherp werktuig; sneetje; snijwondje; soort vink
VerbRelated TranslationsOther Translations
rämna openrukken
skåra creneleren; groeven; inkerven; insnijden; kartelen; kartels krijgen