Summary
Dutch to Swedish:   more detail...
  1. kleinst:
  2. klein:
  3. Wiktionary:


Dutch

Detailed Translations for kleinst from Dutch to Swedish

kleinst:

kleinst adj

  1. kleinst
    minst

Translation Matrix for kleinst:

ModifierRelated TranslationsOther Translations
minst kleinst allerminste; geringste; kleinste; minst; minste

Related Words for "kleinst":


kleinst form of klein:


Translation Matrix for klein:

OtherRelated TranslationsOther Translations
litet 'n beetje; enig; wat
ModifierRelated TranslationsOther Translations
liten klein; ondermaats; van geringe afmeting dun; fijn; fijngebouwd; gering; luttel; miniem; minimaal; minste; rank; slank; tenger; weinig
litet in geringe mate; klein; ondermaats; van geringe afmeting dun; fijn; fijngebouwd; gering; lichtelijk; luttel; miniem; minimaal; minste; rank; slank; tenger; weinig
obetydligt klein; ondermaats; van geringe afmeting bescheiden; beuzelachtig; futiel; gering; luttel; marginaal; miniem; minimaal; minste; nietig; nietsbetekenend; nietszeggend; onaanzienlijk; onbeduidend; onbelangrijk; onbenullig; onbetekenend; triviaal; weinig; weinigzeggend
underlägsen klein; ondermaats; van geringe afmeting
underlägset klein; ondermaats; van geringe afmeting

Related Words for "klein":


Antonyms for "klein":


Related Definitions for "klein":

  1. jong1
    • je bent nog te klein om zo lang op te blijven1
  2. wie of wat weinig ruimte inneemt1
    • ze is klein voor haar leeftijd1

Wiktionary Translations for klein:

klein
adjective
  1. van geringe grootte

Cross Translation:
FromToVia
klein liten little — small in size
klein yngre; lille- little — (of a sibling) younger
klein gemena; små bokstäver lower case — lower case letters, collectively
klein kort short — of a person, of comparatively little height
klein liten small — not large
klein liten; ung small — young
klein jätteliten tiny — very small
klein liten wee — small, little
klein liten klein — von geringem Ausmaß
klein kort bref — Petit de taille
klein liten petit — De taille réduite.
klein liten; ung petit — Jeune.