Summary
Dutch to Swedish:   more detail...
  1. slotwoord:


Dutch

Detailed Translations for slotwoord from Dutch to Swedish

slotwoord:

slotwoord [het ~] noun

  1. het slotwoord (nawoord; epiloog)
    epilog

Translation Matrix for slotwoord:

NounRelated TranslationsOther Translations
epilog epiloog; nawoord; slotwoord afsluitende woorden; epiloog; naschrift; slotrede; slotwoorden

Related Words for "slotwoord":