Summary
Dutch to Swedish:   more detail...
  1. snaar:


Dutch

Detailed Translations for snaar from Dutch to Swedish

snaar:

snaar [de ~] noun

  1. de snaar
    sladd; sträng; snöre

Translation Matrix for snaar:

NounRelated TranslationsOther Translations
sladd snaar elektriciteitssnoeren; snoeren
snöre snaar galon; koord; omzoming; passement; passementen; passementerie; tres; versierende omzoming
sträng snaar aaneenschakeling; kabeldraad; kabelgaren; reeks; serie; tekenreeks
ModifierRelated TranslationsOther Translations
sträng gestreng; inspannend; niet toegevend; onbuigzaam; onverbiddelijk; onvermurwbaar; pittig; rigoureus; ruige; straf; streng; veeleisend

Related Words for "snaar":