Summary
Dutch to Swedish:   more detail...
  1. velen:
  2. vel:
  3. Wiktionary:


Dutch

Detailed Translations for velen from Dutch to Swedish

velen:

velen verb (veel, veelt, veelde, veelden, geveeld)

  1. velen (verdragen; dulden)
    utstå; orka; bära; uthärda
    • utstå verb (utstår, utstod, utstått)
    • orka verb (orkar, orkade, orkat)
    • bära verb (bär, bar, burit)
    • uthärda verb (uthärdar, uthärdade, uthärdat)

Conjugations for velen:

o.t.t.
  1. veel
  2. veelt
  3. veelt
  4. velen
  5. velen
  6. velen
o.v.t.
  1. veelde
  2. veelde
  3. veelde
  4. veelden
  5. veelden
  6. veelden
v.t.t.
  1. heb geveeld
  2. hebt geveeld
  3. heeft geveeld
  4. hebben geveeld
  5. hebben geveeld
  6. hebben geveeld
v.v.t.
  1. had geveeld
  2. had geveeld
  3. had geveeld
  4. hadden geveeld
  5. hadden geveeld
  6. hadden geveeld
o.t.t.t.
  1. zal velen
  2. zult velen
  3. zal velen
  4. zullen velen
  5. zullen velen
  6. zullen velen
o.v.t.t.
  1. zou velen
  2. zou velen
  3. zou velen
  4. zouden velen
  5. zouden velen
  6. zouden velen
diversen
  1. veel!
  2. veelt!
  3. geveeld
  4. velend
1. ik, 2. je/jij, 3. hij/zij/het, 4. we. 5. jullie, 6. zij/ze

Translation Matrix for velen:

VerbRelated TranslationsOther Translations
bära dulden; velen; verdragen aan hebben; doorstaan; dragen; dulden; gebukt gaan onder; harden; iets transporteren; ondersteunen; rugsteunen; sjouwen; steunen; torsen; uithouden; uitzingen; verdragen; verduren; verstouwen; verstuwen; vervoeren; volhouden; zeulen
orka dulden; velen; verdragen fiksen; flikken; klaarspelen; voor elkaar krijgen
uthärda dulden; velen; verdragen doorleven; doormaken; doorstaan; dragen; dulden; harden; uithouden; uitzingen; verdragen; verduren; verstouwen; verstuwen; verteren; volhouden
utstå dulden; velen; verdragen lijden

Related Words for "velen":


Wiktionary Translations for velen:


Cross Translation:
FromToVia
velen uthärda; tåla; lida endurersouffrir, supporter avec fermeté, constance.
velen tåla; tolerera tolérersupporter.

velen form of vel:

vel [het ~] noun

  1. het vel (huid)
    skinn
  2. het vel (schil; peul)
    skal
  3. het vel (membraan; vlies; velletje; dun huidje)
    membran

Translation Matrix for vel:

NounRelated TranslationsOther Translations
membran dun huidje; membraan; vel; velletje; vlies timpaan
skal peul; schil; vel bolster; chassis; dop; geraamte; huls; omhulsel; omkleedsel; omwindsel; schaal; schelp; schil; verpakking; weergave
skinn huid; vel afzetting met bont; dierenhuiden; hachje; huiden; schillen; vellen
- blad

Related Words for "vel":


Wiktionary Translations for vel:


Cross Translation:
FromToVia
vel hud; skinn hide — skin of an animal
vel fäll; skinn pelt — the skin of a beast with the hair on; a raw or undressed hide; a skin preserved with the hairy or woolly covering on it
vel hud; skinn skin — outer covering of the body of a person or animal
vel blad Blatt — ein beschnittenes Stück Papier oder Folie